terug  begin  verderprepost

Onderzoek naar den Tijd der Regering van Wolfaard den Tweeden en Derden, Heeren van Veere, uit den Huize van Borselen. Aan het Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen ingezonden door nu wijlen Mr. Henrik van Wijn.

Te Middelburg, bij de Gebroeders Abrahams, IV en 16 bl.

 
- - - en zette helm en pluimen
 
Van Borsselen op 't hooft. - -
 
 
 
Vondel.

De geschiedenis van de opvolging der Heeren van afzonderlijke Heerlijkheden, vooral tot aan het begin der XVe eeuw, is veelal duister. Dit is ook het geval met die van de Heeren van Veere, uit het geslacht Van Borselen, een geslacht, dat zulk eene aanzienlijke rol in de Grafelijke tijden heeft gespeeld. Wijlen de geleerde Van Wijn heeft in deze bladen de opvolging der Heeren, die na den beroemden Wolfaard den Ie, welke op den 1en Aug. 1299 te Delft werd omgebragt, het gebied over Veere hebben gevoerd, uit echte stukken ontwikkeld. Hij zond dit Stukje reeds in den jare 1794 aan het Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen; het

[p. 238]

kwam naderhand van dáár weder in handen van den Schrijver, en werd na zijn overlijden door de uitvoerders van 's mans uitersten wil aan het Genootschap, voor hetwelk het oorspronkelijk bestemd was, terug gezonden.

Uit deze Verhandeling, versterkt door het wèlgeschreven Voorberigt, blijkt, dat er tusschen bovengenoemden Heer Wolfaard en hem, die gewoonlijk voor den derden Heer van Veere van dien naam gehouden wordt en Margriete van Arnemuide tot vrouw had, nog twee Heeren van dien naam zijn geweest, te weten:

Wolfaard de II, zoon van den Ien: hij stierf vóór den jare 1317, had tot vrouw Alyt, bastaarddochter van Graaf Jan den IIen, en werd opgevolgd door

Wolfaard den IIIen, die tusschen 1350 en 1351 overleden is en getrouwd was met Hadwich both van der eem, bij wie hij bovengenoemden

Wolfaard, man van Margriet van Arnemuiden, verwekte, die alzoo niet de IIIe, maar de IVe Heer van Veere, uit het huis van Borselen, met den naam van Wolfaard was.

Wij ontvingen dit Stukje met belangstelling, als een ons welkom geschenk van eenen man, die veel, oneindig veel, voor de geschiedenis van ons Land heeft gedaan en geschreven; en aan wien wij zoo vele ophelderingen van duistere punten in die geschiedenis verschuldigd zijn.

Deze Verhandeling zal, met nog eene andere, het Tweede Stuk van het eerste Deel der Nieuwe Werken van het Zeeuwsche Genootschap der Wetenschappen uitmaken.

 

v.H.

prepostterug  begin  verder