terug  begin  verderprepost
[p. 354]

Jean-Etienne Liotard.
1702-1789.

Jean-Etienne Liotard. Etude biographique et iconographique par le Professeur Ed. Humbert et M. Alphonse Révilliod à Genève et le Professeur J.W.R. Tilanus à Amsterdam. Amsterdam, Van Gogh. 1897.

De gedocumenteerde beschrijving der werken van den pastellist Liotard, - dezer dagen bij de firma van Gogh te Amsterdam verschenen - werd begonnen door prof. Humbert te Génève met behulp van de documenten van den oud-hoogleeraar J.W.R. Tilanus te Amsterdam, die, door aanhuwelijking geparenteerd aan Liotard, in het bezit van een belangrijke collectie portretten, teekeningen en brieven, reeds begonnen was aanteekeningen te maken voor en soortgelijk werk over den Zwitserschen schilder.

Na den dood van prof. Humbert werd het werk voltooid door den heer Alphonse Revilliod te Génève en door den heer Tilanus te Amsterdam.

Behalve deze zorgvuldig samengestelde studie, behalve de vele en goede reproducties van portretten, miniaturen, genre schilderijen, gravures en enkele landschappen, geeft dit boek ons een aardig overzicht van het leven van den portretschilder in die dagen, van de vorstelijke personen en de beroemdheden met welke hij in aanraking kwam.

Van de eene stad naar de andere, van het eene hof naar het andere, was zijn leven één reizen en trekken. In 1725 naar Parijs, later naar Napels, Rome, Hongarije, Constantinopel, Weenen, Parijs weer, Lyon, Amsterdam, Genève - en zoo door heel zijn leven, werkend aan de hoven, aan de legaties, schilderend portretten overal, bestellingen ontvangend voor miniaturen, émails, voor por-

[p. 355]

tretten op glas, - was hij gezocht om ‘de oprechtheid van zijn penseel’, om de goede gelijkenis en den eenvoud van zijn karakter.

Zeer teekenend voor den tijd is, dat hij genoemd werd: L'enlaidisseur of le peintre de la vérité; en het is gezegd, dat jonge mondaine vrouwen zijn oprechtheid vreesden.

En het is waar, de reproducties doorbladerend ziet men, hoe hij, zijn modellen getrouw volgend, iets had weten te bemeesteren van die rechtschapen eigenschappen, welke o.a. van der Helst kenmerken. De levendige uitdrukking, het relief, de vastheid, de gereserveerde teekening, de fond van zijn portretten, daarin voelt men de bewondering voor dien weinig gecompliceerden, maar krachtigen Hollander, wiens Doelenstukken hij bovenaan stelde.

Hoe Liotard aan de verschillende hoven geëerd werd, blijkt o.a. uit een aanteekening over het vertrek van den schilder en zijn zoon uit Weenen, die ik hier overschrijf:

Ce départ eut lieu le 5 Juin (1778) après une audience d'adieu à Schönbrunn, où l'impératrice leur offrit en présent une bague d'une belle topaze et cent ducats pour le fils, une garniture de boucles d'oreilles et un collier pour la fille Marie Thérese, une boite en or et un déjeuner précieux de porcelaine de Saxe - ik geloof nog in het bezit van mevrouw Tilanus-Liotard - pour Madame Liotard, et enfin pour le peintre une boite en or, une bague et 500 ducats.’

Wat zijn wij in onze dagen daarbij vergeleken ‘mater-of-fact’ geworden! Het geld in onzen tijd voor portretten of schilderijen betaald, moge hooger zijn somwijlen, welk een charme daarentegen om aan een schilder, van wiens kunst men houdt, zulke souvenirs aan te bieden.

Maar behalve dat Liotard ook nog gravures en enkele etsen maakte, op glas schilderde, émails maakte en miniaturen, schreef hij nog een uitgebreid Traité des principes et des règles de la peinture. Deze verhandeling is in dit werk in haar geheel gedrukt. En dit is niet onaardig om in te bladeren. De voorschriften zijn eenvoudig en practisch en natuurlijk conventioneel omdat hij geen andere wijze van zien en schilderen erkent dan die waar men de verfbehandeling niet kan zien. Rafaël, Correggio, van Huysum, van der Werff, Gerard Dou zijn zijn liefste voorbeelden. Zij die niet zuiver en egaal schilderen, van wie men de ‘touche’ de verfbehandeling kan zien zooals bij Rembrandt, worden als afschrikwekkend voorbeeld gesteld. Hierin is hij het geheel eens

[p. 356]

met Gerard de Lairesse, maar daarentegen heeft hij een juist gevoel van het natuurlijke, het eenvoudige, het altijd en altijd de natuur te volgen zoo getrouw mogelijk.

In al die verhandelingen over de kleur, over het oordeel, de vinding, de compositie, over het licht en zoo door, tot twintig toe, geeft hij behalve de appreciatie van de Hollandsche schilders nog een aardige studie over de schilderkunst van Jan van Huysum wiens factuur en kleur hij bewondert boven alles.

Deze met overtuiging geschreven verhandeling, beredeneerd met talrijke voorbeelden en anecdotes, is ook nog leerrijk uit een ander oogpunt. Zij zegt ons van de eeuwige evolutie van den smaak, van onze appreciaties, van onze bewondering. Op de laatste bladzijden zijn enkele brieven van den schilder bijgevoegd. Het dunkt ons jammer dat er niet meer bijgevoegd zijn.

Het werk is met zeer veel zorg saamgesteld. De levensbeschrijving aangenaam om te lezen; ook de reproducties geven het werk van Liotard goed weer.

 

G.

prepostterug  begin  verder