Wij hooren tegenwoordig, onder het hoofd van De verwarring op Creta, zooveel over harmonie en concert, dat onwillekeurig de benaming van een muziektempo mijn pen ontvalt.
Andante!
Ik kan toch niet: scherzo schrijven op een dag als dezen dat een Hollandsche vorstendochter naar haar graf wordt gebracht. Zij, - het laatste koningskind van het heengegane koningengeslacht waarmee ons land in het begin van deze eeuw het burgerlijk huwelijk van verstand en neiging had gesloten.
Dat zij 't elkaar wel eens lastig hebben gemaakt, de echtgenooten, - gelukkig zoo broos en teêr is de verhouding tusschen Nederland en Oranje niet, dat wij moeite behoeven te doen om het te bedekken.
Even als bij meer trouwe huwelijken, is ook in dit huwelijk van een land met zijn Koningshuis wel eens het humeur of de koppigheid van een der beide verbondenen aan den dag gekomen. Zoo gaat het nu eenmaal bij een huwelijk van twee die zich aan elkander gelijk rekenen; de band is er des te hechter om.
Maar de sterke liefde op den grond van het hart der ouders toont zich vooral daar, waar liefde zich het zuiverst kan uiten: in den aard van de dochter.
Deze groothertogin van Weimar, prinses der Nederlanden, was een koningsdochter en een landsdochter. - Zij hield de eer van haar geboortegrond op en was een Koninklijke vrouw in het land van haar aanneming, een landsmoeder die het leven van haar
nieuwe huisgezin in al zijn omvang meêgevoelde en meeleefde, een hooge beschermvrouw van den geest en van het welzijn van haar kinderen. Maar van haar geboorteland was zij de dochter, dat inbegrip van trouw en van liefde die niet verder vraagt dan om te mogen liefhebben. In oogenblikken van spanning en smart ging de gedachte van Nederland tot haar om troost en hulp, en halverwege ontmoette zij reeds de radende gedachte en de heilbrengende daad van de Koningsdochter.
Nederland vergat haar soms wel in zijn vreugde; maar voor haar was er in haar vreugd nog een toegift van blijdschap als een Hollandsche stem haar kwam begroeten. Zij had de herinnering van haar land noodig, en zij verrichtte haar werk voor de wereld en haar liefdewerk voor haar geboortegrond niet om een voorbeeld te wezen voor anderen, niet om meê te dingen of aanspraken te maken, maar uit loutere trouw, vroom en stil, zooals de dochter, ook al is ze ver, haar invloed doet gelden in het huis van haar vaderen.
Zij, het beste zieledeel van het Nederlandsche Koningschap uit het verleden.
Weldra, tegen het aanbreken van de nieuwe eeuw, gaat ons land een nieuwe verbintenis aan, maar nu een romantisch huwelijk van bewonderende liefde met zijn stralende Koningin. Mocht de genius van het heengegane vorstinneleven, - de ouderwetsche liefdesinnigheid, - dat aanstaande verbond beschermen, evenals het reeds ingewijd is door de wijze zorg van een moeder!
Vrouwen!
In dit brutale, blaffende, nijdige, nijpende, moordende leven van den huidigen dag zie ik overal de teedere vrouwenmacht doorschemeren, als het gezicht, door gevangenisvenstertralies heen, van een wonderbloem.
Hetzelfde schip - zegt men - dat laatst in Januari Cecil Rhodes uit Afrika heeft overgebracht voerde ook Olive Schreiner naar Engeland. De een hield zich aan boord zeker bezig met de vraag welke houding hij voor de enquête-commissie zou aannemen; de ander dacht aan haar boek.
Trooper Peter Halkett of Mashonaland.
Tot driemaal toe heeft Olive Schreiner zich in het afgeloopen jaar doen vernemen. Een vrouw, heeft zij het heusche vrouwen- en menschen-
woord telkens gesproken voor haar volk wanneer kranten-vergoding of verguising het oordeel van streek brachten. Zij heeft verteld van de liefde van den Afrikaander voor zijn land; van de bedreiging der toekomst van het land; en nu, van het werk der Chartered Company in het land van Afrika.
Niet over Cecil Rhodes of over imperialistische politiek spreekt zij haar oordeel, maar zij zoekt de echte geluiden van de natuur en van de menschenborst. Die wil ze tot uiting brengen.
Terwijl de machtige man op zijn sandwich kauwend cynisch nonchalant naar de vragen luistert van de parlementsleden die hem in verhoor nemen, komt daar het boek van Olive Schreiner dat de Christusgestalte in het visioen van den soldaat Peter Halkett heel zacht het snijdende woord doet zeggen:
‘No; Cecil Rhodes has had nothing to do with my coming here.’
Ik vraag nu niet of dit laatste werk van die vronw in allen deele een mooi boek is. Het is een gelegenheidsgeschrift en wat schraal en wat gewoon van aanleg. Maar er is toch ziel in, de ziel van de schrijfster van The story of an African farm, een heel onvolmaakt en een heel groot boek. Dit boekje over Peter Halketts avontuur is maar een schaduw van dien voorganger waarin men leest van den jongen die zich in de eenzaamheid boven op het ‘kopjen’ terugtrekt en zich daar koestert in den droom van Jezus' nabijheid, en die aan zichzelf mystieke verhalen van het leven voorzegt.
Daar voelt men de verlatenheid, de rust, de betoovering van het ‘veld’ van Zuid-Afrika. Dat krijgt op eens, omdat het door de ziel van die vrouw is gegaan, een gezicht en een stem voor ons.
En hoe onwezenlijk wordt daarbij de kamer in het Parlementsgebouw waar de commissie van onderzoek haar zitting houdt en vraagt naar grieven en wetgeving en mijnen en naar doode gebeurtenissen van het vorige jaar.
Laat Joe Chamberlain, die eerlijke schroevenmaker van Birmingham, zoo scherp mogelijk wezen in zijn aanvallen tegen de Boeren der Zuid-Afrikaansche Republiek. We weten het: Joe heeft goede bedoelingen - met zichzelf en met Engeland. Hij wil de erfenis aanvaarden van Lord Salisbury die begint te krukken, en hij wil eerste minister wezen. Dan zal hij, zoo noodig, tegen Rusland den strijd opnemen, waarin op den duur de langste en de best gevulde beurs moet zegevieren. En Afrika is voor alles het terrein dat
geschikt is voor exploitatie. Daar kan het Engelsch kapitaal zich misschien nog wel verdubbelen. Hij, Joe Chamberlain, met de goede hulp van mijnbezitters en brutale avonturiers, zal wel zorgen dat de vrije staten van schrik onder de Engelsche vlag wegkruipen. Zoo moet het in 't leven gaan om te kunnen blijven leven.
En door den mond van een vrouw antwoordt hem het verre werelddeel: opnemend en wegwisschend al de oneffenheden van het driftige leven der eerzucht in den breeden toonval van zijn eenzaamheid en zijn verlatenheid.
Plechtig, statig!
B*.