terug  begin  verderprepost

48 J. Greshoff aan Van Holkema & Warendorf, 14 november 1935

Reeds geruimen tijd geleden kondigde ik U nadere berichten aan en thans verneem ik van Coenen, dat U onaangenaam getroffen is door het uitblijven van mededeelingen. Wanneer U echter kennis neemt van het bijgevoegde dossier zult U merken, dat het mij niet mogelijk was eerder te schrijven. Het leek mij nl. niet nuttig U van iedere stap op de hoogte te houden; ik wilde wachten tot ik een definitief resultaat aan Uw goedkeuring kon voorleggen, en eerst onlangs is er een oplossing gekomen. Het in orde brengen van het dossier heeft toen ook nog eenigen tijd genomen, zoodat het inderdaad niet mogelijk was, U eerder met het verloop der dingen in kennis te stellen. Ik zend U bijgaand dossier in het vertrouwen op Uw absolute discretie. Wanneer U de correspondentie leest, zult U merken, dat Coenen, waarom begrijp ik niet, zeer achterdochtig is. Wanneer die achterdocht dus voedsel zou krijgen, wordt een samenwerking tusschen hem en mij zeer moeilijk. Op onze samenkomst te Dordrecht wordt dus niet bekend, dat U de volledige stukken ter inzage heeft gehad. Daar reken ik op.

Tot nogtoe heb ik aan G.N. geen enkel genoegen beleefd. En deze geschiedenis heeft mij zooveel hoofdbrekens gekost, dat ik meermalen al mijn kracht heb moeten aanwenden, om mijzelf te beletten het bijltje erbij neer te gooien. Coenen ziet niet in, dat de wijze waarop het tijdschrift tot nu toe geredigeerd is, noodlottig voor het voortbestaan ervan zou kunnen zijn. Hij heeft van mijn heele actie niets begrepen en voortdurend naar motieven gezocht, die niet aanwezig waren. Toch zijn deze zoo duidelijk als glas; 1o ben ik van meening, dat een algeheele reorganisatie noodzakelijk was, wil G.N. zich handhaven, 2o meen ik, dat een tijdschrift nooit goed kan zijn, wanneer bij de samenstelling persoonlijke overwegingen t.o.v. de medewerkers domineeren en

[p. 82]



illustratie
Omslag van Groot Nederland zoals dat in januari en februari 1936 aan de voormalige abonnees van Forum werd gezonden.

[p. 83]

3o was het mij niet langer mogelijk voor spek en boonen mee te doen. Het was voor mij pijnlijk deze heele actie te moeten beginnen, omdat ik bezield ben met zeer vriendschappelijke gevoelens tegenover Coenen, die altijd buitengewoon aardig en vriendelijk voor mij is geweest, maar ik meende dergelijke overwegingen te moeten uitschakelen, waar het het belang van het tijdschrift gold.

In het vervolg worden nu alle bijdragen aangenomen of verworpen na stemming onder de redactieleden en niet meer zooals tot nu toe het geval was, uitsluitend door Coenen alleen. In geval van staking van stemmen zal ik voorstellen, dat de stem van Coenen doorslaggevend is. Ook de samenstelling der nummers wordt een zaak van de geheele redactie, waarbij ik mij met hand en tand zal verzetten tegen die afschuwelijke manie van vervolgstukken. De laatste nummers van G.N. zijn daardoor onleesbaar. Het ideaal is één roman, die over 8 à 10 nummers verdeeld wordt en verder uitsluitend bijdragen welke in één nummer compleet zijn.

Ik verzoek U de stukken met aandacht te lezen en ik hoop, dat U tot de conclusie zal komen, dat de groote moeite welke ik mij gegeven heb, niet tevergeefs is geweest. De toetreding van een nieuwen redacteur was absoluut noodzakelijk om het jongere geslacht aan te trekken (we moeten ook aan de toekomst denken) en om een tegenwicht tegen Coenen's invloed te vormen. De samenstelling is nu zeer goed. Coenen vertegenwoordigt de ouderen, ik de middensoort, Vestdijk de jeugd en J.v. Nijlen Vlaanderen.

Het dossier zou ik na gebruik gaarne van U terug ontvangen. Verder kom ik U Donderdag 21 November te 10 ½ uur des morgens even bezoeken. Duidt het mij niet ten kwade, indien ik in het belang van de goede zaak nogmaals erop aandring, dat het dossier strikt vertrouwelijk is.

prepostterug  begin  verder