Algemene opmerking bij alle liederen: ik heb i als j en u als v weergegeven, wanneer de consonant bedoeld werd, v als u, wanneer de vocaal bedoeld werd; afkortingen heb ik opgelost en de oplossing alleen dan door cursieve druk aangeduid als de ‘letterwaarde’ van het afkortingsteken niet geheel vaststond; terwille van de begrijpelijkheid - dit is een interpreterende uitgave - heb ik interpunctie toegevoegd en eigennamen met hoofdletters gespeld; toevoegingen in de tekst en onzekere lezingen zijn cursief gedrukt en in de commentaar verantwoord; gekleurde hoofdletters aan het begin van strofische eenheden - ook van meerregelige refreinen - heb ik niet door bijzondere druk aangeduid, maar ik heb wel in de regelindeling der liederen hun ‘aanwijzingen’ gevolgd; de nummering van de liederen is afkomstig van Carton het leek mij zinloos de (moderne) paginering van het handschrift te honoreren; ik heb uiteraard kennis genomen van alles wat vroegere interpretatoren tot de verklaring van de tekst hebben bijgedragen, maar mij over 't algemeen niet in discussie met hen begeven; alleen van Verdam - door zijn woordenboek verreweg de belangrijkste interpretator, aan wie ik verreweg het meeste te danken heb - heb ik een enkele maal een afwijkende verklaring vermeld.

| Tekst en melodie: ballade | αβ:||γδε |
| ab:||bcC |
N.B. Van syllabentelling wordt hier afgezien. (Verg. hiervoor Tijdschrift Ver. v. Ned. Muziekgesch. XVII, 1948, 44 vv.) De conjecturen zijn met kleine niet gecaudeerde noten aangegeven. De beginnoot d'' gekozen naar analogie van no 6. De beide e'' (es'') ingevoegd in door afsnijding ontstane hiaten in de bovenlijn. Andere transcripties: Fl. v. Duyse, Het oude Nederlandsche lied I, 527.