Tekst en melodie: ballade; bouw identiek aan no. 1.
Beginnoten (e″d″) niet zichtbaar op facsimile. Wel in het ms. zelf, ook Carton heeft ze overgenomen. Het aan Cartons editie toegevoegde notenmateriaal blijft bij veel liederen een waardevol hulpmiddel in twijfelgevallen.
1-2een snede contrarie int gheliken, d.i. een onghelike snede, ‘een ongelijke partij, twee dingen die niet bij elkaar horen’.
5-7doordat er een hoek van het blad af is, is hier een deel van de tekst verloren gegaan; de cursief gedrukte woorden zijn niet meer dan een gissing.
8middendoor gesneden regel, bovenaan de tweede kolom van het eerste blad, die gereconstrueerd moet worden uit halve letters; de laatste drie woorden lijken mij wel vrij zeker, de eerste twee redelijk waarschijnlijk (kel en aep zijn zeker, de begin-t ook).
12violeren contrarie, ‘dwarszitten’; ofschoon deze woordverbinding verder in het middelnederlands niet is aangetroffen, lijkt mij de lezing violeren (van Scharpé) toch te verkiezen boven moleren (Carton, De Vreese), dat een hapax zou zijn met een in de context al heel weinig passende betekenis (‘verzachten’).
14tscilt: opgelost uit de rebus van een ‘et’-teken en een driehoekig schildje; verg. r. 21 en 28 en de overeenkomstige rebussen in lied 146; zie Gessler, De Gulden Passer, N.R. XVIII, 65.
17‘waar is het aangetroffen, zonder dat de tegenstrijdigheid bleek?’.
18onmeenzaem int ghedueren, ‘niet in staat zijnde het met elkaar uit te houden’; onmeenzaem is tot dusver niet op andere plaatsen aangetroffen en de kans bestaat dus, dat het een alleen in deze context functionerende gelegenheidsformatie van Jan Moritoen is.
20‘al zou hil ook een bril moeten opzetten (om te vinden wat bij hem paste)’; het opzetten van een bril drukte uit dat men nauwlettend wilde toezien, verg. 2de gedicht, r. 664/5: ‘Haer ne bedurste gheenen bril, / So neerenstelike sach soe toe’; bij Verdam geen andere plaatsen van bril.