Tekst: balladestrofen ababbcC
Melodie: αβγδεζ:|| doorgecomponeerd (hymnisch), met laatste regel in refrein-herhaling.
De melodie kan in baarvorm gegoten worden, maar in het hs. is geen stollenherhaling aangegeven; bovendien krijgt de eerste regel van het afgezang een surplus aan noten. De doorgecomponeerde vorm verdient in haar ongedwongenheid de voorkeur.
Andere transcriptie: van Duyse Het oude Nederlandsche lied II, 150.
5-6‘in het genieten van de vreugden heb ik (anich) weinig succes, als ik haar liefeliik gezicht niet zie’; verg. r. 12/13.
10‘als zij mij het goede gunt, haar genegenheid schenkt’.
22‘al zou ik alles wat ik kon wensen tot mijn beschikking hebben’; in het hs. staat weinsh.
23‘dan zou ik nooit iets anders (lett. beters) begeren’.