terug  begin  verderprepost
[p. 250]

9



illustratie

 
Sonne no mane nie besceyn
 
Reinre dinc up erderijc
 
Dan een wijf in dueghden reyn.
 
 
 
Een wijflic scijn hout mi alleyn
5
In vruechden, nu ende eewelijc.
 
 
 
Sonne no mane nie besceyn
 
Reinre dinc up erderijc.
 
 
 
Met ganser trauwen ich das meyn:
 
Ich blive haer eighin minnentlijc,
10
Si es mijn liefste ende liever gheyn.
 
 
 
Sonne no mane etc.
Rondeel. Slotnoten conjectuur; gekozen is de stereotype cadens-formule, ditmaal wegens de ambitus f′(e′) - f″ en enigszins de repercussa c″ met de finalis f. Voortekening ♭, dus F-dur. Vergeleken met de tekstregel: ‘... mi alleyn’ (‘ich das meyn’) geeft de finaliscadens tevens de verhouding apertum-clausum weer. De zangvoordracht dient wat licht en vlot (allegretto) te zijn, met tegen het slot poco ritardando.
prepostterug  begin  verder