Rondeel. Het refrein is groter van omvang: A8A8B7A8A8 B8B8 en beslaat de gehele doorgecomponeerde melodie. Couplet 1 en 2 worden op dezelfde wijze gezongen. Conjectuur finalisgroep zie 8 en 9; zie verder speciaal no. 18. De maatsoort C kan door 6/4 vervangen worden.
11sonder twifel waen, ‘zonder twijfelende bijgedachten’; het bnw. t(z)wifel komt ook voor in de liederen 36 en 138.
14des ich vermaen: verg. de verwante stoplap in lied 4.
16l. (terwille van het metrum) Troost up mijnre hertzen weyn?
18-19men verwacht ‘dwaen / van alre zorghen’ (verg. de liederen 36, 41, 75, 116) en de dichter geeft dus een verrassende wending aan de zin met ‘van alre vruecht’, dat meteen het slotakkoord van de laatste regel voorbereidt.