terug  begin  verderprepost
[p. 253]

11



illustratie

 
Een wijflic wijf vul reinicheden
 
Heift die hertze mijn dor sneden
 
Int up sien harer zoeter figure3
 
Dat mi dor gaen heift al die leden.
5
Des ic moet leven in onvreden
[p. 254]
 
Om hare minne, die ic pure
 
Draghen wille in elker ure.
 
 
 
Wat holpt, al haddic haer ghebeden?
 
Sone acht up mi in gheenre steden,
10
Want jeghen mi es soe te sture.10
 
Dies es mi hope ende troost ontgleden.
 
 
 
Een wijflic wijf etc.
 
 
 
Uut alre vruecht bem ic ghetreden,
 
Want mijn hertze heift mi onstreden
15
Ene die zoetste creature.14-15
 
In wil an niemen el besteden.16
 
Want edelic zijn al haer zeden.
 
Wie vonde een wijf van beter nature
 
Al ghinge een man de werelt dure?
 
 
20
Een wijflic wijf vul reinicheiden etc.
Melodie: ‘Lai-ausschnitt’ (= opbouw uit frasenherhaling) (Gennrich, Grundriβ 208 vv.) Tekst: Rondeel.
α β γ α β γ γ
R: A A B A A B B
1 2 3 4 5 6 7
δ ε δ ε δ ε ε
C1: a a b a
C2: a a b a a b b
8 9 10 11 12 13 14

 

(slechts de genummerde regels staan in de transcriptie). Rubato voor te dragen ter vermijding van eentonigheid. De beginconjectuur naar analogie van nr. 15; de slotconjectuur naar an. van nr. 12, 13, 100, 119
3figure, ‘gezicht’; dit is geen gewone mnl. betekenis van het woord, maar upsien kan niet anders zijn dan ‘oogopslag, blik’ en figure moet wel het lichaamsdeel zijn waar het upsien van uit is gegaan.
10sture, ‘hard’.
14-15‘want een allerliefst wezen heeft mij mijn hart ontroofd’; ontstriden wordt hier weliswaar op een ongewone wijze toegepast - de geliefde heeft de dichter zijn hart niet ontroofd door een redenering of woordenstrijd, maar door een blik -, maar de context dwingt ons m.i. toch tot deze interpretatie; Verdam wil in verband met r. 8 mijn hertze tot onderwerp maken en ene die zoetste creature tot voorwerp; dit brengt hem dan tot de betekenisomschrijving: ‘iemand van iemand (een geliefde) afbrengen, hem iemand uit het hoofd praten, hem overtuigen dat men de hoop op iemands bezit moet laten varen’; verg. echter bv. lied 90.
16‘ik zou het aan niemand anders willen geven’; wil, l. wilt; logisch klopt dit niet helemaal met het voorafgaande, want een ontroofd hart kan men niet meer wegschenken, maar een dichter dicht nu eenmaal niet logisch; bij Verdams interpretatie komt de mededeling van r. 16 volkomen onvoorbereid en ongemotiveerd uit de lucht vallen.
prepostterug  begin  verder