terug  begin  verderprepost
[p. 257]

13 +



illustratie

 
Omoedich, simpel, goedertiere,
 
Minlic wesende in alre maniere
 
Es die over scone figure.3
 
Reynicheit es in elcker ure
5
Ghefondeert in haren persoon.5
 
Recht eist dat cranc es mijn loon.
 
Ic ne dars haer niet ghewaghen.7
[p. 258]
 
Eewich willict helende draghen,
 
Tote mi de doot mijn leven verbiet.9
10
Hets recht, in bem haers werdich niet.10
 
 
 
Ghenougeliker dan ic visiere11
 
Es soe daer ic mi up verfiere.12
 
Felheit was nie in hare nature,13
 
Trouwe es in haer herte pure,
15
Minlic, edel, zoete ende scoon,
 
In rechter dueghet sonder hoon.
 
Doch wil ic haer mijn liden claghen.
 
An haer so maghic troost bejaghen.
 
Neemt so mijns ware, als so mi ziet,19
20
Confoort wert mi daer of ghesciet.20
Chanson (Gennrich: ‘Versform’). Tekstomvang door 't acrostichon bepaald.
Melodie: doorgecomponeerd, recitativisch, zwak melismatisch. Men kan ad lib. de melismen anders aanbrengen. De melodische vorm is in binair ritme, 4-delige maten, gerangschikt. ‘Regelritmiek’ met vrije voordracht is hier evengoed mogelijk. In regel 7 ‘Ic ne dars haer’ bij Carton een || weggevallen. De notentekst op fol. 12v. wordt op fol. 13 r. voortgezet; deze periode van 20 streepjes eindigt met een ‘custos’ (teken voor de volgende noot), die weer naar fol. 12 v. terug verwijst.
+Acrostichon (het eerst opgemerkt door N. Geerts): O Mergrieth (l. Mergriete), geft mi danc, ‘geef mij het loon van mijn liefde’.
3figure, ‘gezicht’? (verg. lied 11).
5‘is diep in haar aanwezig, zit haar in het bloed’.
7‘ik durf er haar niet over te spreken’, nl. over mijn loon.
9‘tot de dood mij verhindert verder te leven’.
10hets, l. ets.
werdich: door de afkorting in het hs. is het vocalisme niet zeker.
11dan ic visiere, ‘dan ik mij kan voorstellen’.
12verfiere, ‘verhef’.
13felheit., ‘hardheid, onmeedogendheid’.
19so, l. soe; ‘neemt zij notitie van mij, als zij mij ziet’.
20confoort, ‘troost waardoor de minnaar zich gesterkt voelt’.
prepostterug  begin  verder