Chanson (Gennrich: ‘Versform’). Tekstomvang door 't acrostichon bepaald.
Melodie: doorgecomponeerd, recitativisch, zwak melismatisch. Men kan ad lib. de melismen anders aanbrengen. De melodische vorm is in binair ritme, 4-delige maten, gerangschikt. ‘Regelritmiek’ met vrije voordracht is hier evengoed mogelijk. In regel 7 ‘Ic ne dars haer’ bij Carton een || weggevallen. De notentekst op fol. 12v. wordt op fol. 13 r. voortgezet; deze periode van 20 streepjes eindigt met een ‘custos’ (teken voor de volgende noot), die weer naar fol. 12 v. terug verwijst.
+Acrostichon (het eerst opgemerkt door N. Geerts): O Mergrieth (l. Mergriete), geft mi danc, ‘geef mij het loon van mijn liefde’.