De ‘schijnmensuur’ (zie facs.) dient slechts ter aanduiding van kortere en langere noten. De transcriptie heeft deze notenwaarden vastgehouden. Bij de zangvoordracht echter richte men zich in hoofdzaak naar het tekstritme! Wolf, Kongreßbericht.
15-16‘ik kán niet scheiden, daarom (daer van) kwel ik mij voortdurend af’.
17-20‘help mij met vreugde een vrolijk lied zingen, anders ga ik te gronde!’; r. 18/9 kan de inhoud van het vrolijke lied zijn - zoals door de interpunctie van de tekst wordt gesuggereerd - maar kan ook als tussenzin gelezen worden: ‘alle rouw vliedt van mij heen, wanneer ik erop mag hopen dat gij mij iets zult opdragen’ (uit die opdracht blijkt dan immers dat de dichter door de geliefde als minnaar aanvaard wordt, dat zij zijn gebiedster wil zijn en hij haar dienaar, haar lijfeigene mag zijn).