[p. 273]
tekstkritische noten
20
+
Mijn zin, mijn moet, mijns hertzen bloet
Anich so minnenlijch gevuecht
2
Eewich an eene vrouwe goet.
Sonder verdriet het mir ghenuecht.
5
Met rechter minnentliker duecht
Altoos ic om haer dincken moet.
El niet mijn hertz, mijn zin verhuecht,
7
So gheift mi tallen vruechden spoet.
8
Mijn zin, mijn moet etc.
10
Mochtic noch van haer sijn behoet,
[p. 274]
Also mi minne an haer bewuecht,
11
Eer mi nature sterven doet!
So waric vro, vul al der vruecht!
Mijn zin, mijn moet etc.
2 coupletten worden door de notenvoorraad bestreken. De streep in het midden dient als afscheiding van 2 melodieregels. Tegen het einde 3 dunne streepjes (zie facsimile). Deze schijnen - ook in verdere melodieën - op korte herhalingen te duiden.
+
Acrostichon: Maes.
2
gevuecht, ‘gevoegd, ondergeschikt gemaakt’.
7
el niet, ‘niets anders’.
8
so, l. soe; ‘zij maakt alle vreugden voor mij mogelijk’.
11
an haer bewuecht, ‘tot haar beweegt, aan haar verbindt’; zie Mak, TNTL 68, 187.