20‘nu ben ik altijd bang voor de ontnuchtering, het teloorgaan van de hoofse verhouding’.
21-22‘als de liefde in verdriet is verkeerd, is het te laat voor degenen die te weinig de mogelijkheid in het oog hebben gehouden, dat de partner wel eens onstandvastig zou kunnen zijn’; verg. nog Maerlant, Martijn 2, 34: ‘ne dade dat lief worde leit’.
23verde ons, ‘houde ons verre van, behoede ons voor’.
45in het hs. volgt op de beginhoofdletter S na de gebruikelijke spatie uroilic en de afschrijver heeft dus blijkbaar een of meer letters overgeslagen; verg. voor de imperatief silied 102 r. 5 en lied 140 r. 15.