terug  begin  verderprepost
[p. 300]

32



illustratie

 
Blide ende vro uut zorghen laste1
 
Ende nummer onghesteide zijn,
 
Hier in vint men der vruechden raste.3
 
Dats ombekent int hertze mijn.
5
Ghenouchte es lidens medicijn,
 
Daer hope in steit.5-6
 
Ghenouchte voucht leit ter vroilicheit.7
 
 
 
Hi zeilt met enen zekren maste8
 
Die vroilic scuwet der zoorghen pijn.
[p. 301]
10
Wanneer ic bem in hopen vaste,
 
So levic in een vroylic scijn.
 
Bestu ghesteidich, minnerlijn,
 
Hoop ende verbeit!
 
Ghenoucht voucht leit ter vroilicheit,
 
 
15
Waen ende Twifel sijn mijn gaste,
 
Trouwe es mijn wert tot in den fijn.15-16
 
In vinde niet daer ic na taste,
 
Doch mijn gheluc dan es niet dijn.18
 
Die nie ne smaecte goeden wijn,
20
Te biere hi gheit.19-20
 
Ghenoucht voucht leit ter vroilicheit.
 
 
 
Blide ende vro etcet.
Ballade (cyclisch). Finalis (a') is conjectuur; het is de cadens (dalende secundeschrede) na de bes'.
1uut zorghen laste, ‘zonder de drukkende onzekerheid of zij mij wel accepteert’.
3der vruechden raste, ‘een vreugdevolle, gelukkige rust’.
5-6‘het hoofse liefdesgenoegen is een balsem voor het lijden, als de minnaar hoop mag koesteren’.
7‘in mijn geval ontneemt het hoofse liefdesgenoegen mij mijn opgewekte stemming’.
8‘hij vaart een vaste koers in het leven, die zijn opgewektheid niet door gedachten van twijfel laat verstoren’; misschien heeft de dichter dit beeld ontleend aan Jan Praet: ‘Maer smenschen herte es de scepman, / de mast es de nature zijn, / dat zeil, als ict ghemerken can, / mach wezen zine meeninghe aenscijn’ (ed. Bormans r. 453/6); ‘so blijft u scip seker ghemast’ (r. 1610).
15-16‘hoe standvastig ik ook in de herberg van de trouw zit te wachten, onzekerheid en twijfel blijven mij gezelschap houden’.
18‘wat voor mij het geluk zou zijn, is het blijkbaar niet voor u’.
19-20‘wie nooit enige vervulling vindt van zijn hoofse liefdesverlangen, moet de liefde wel op lager niveau gaan zoeken’.
prepostterug  begin  verder