8‘hij vaart een vaste koers in het leven, die zijn opgewektheid niet door gedachten van twijfel laat verstoren’; misschien heeft de dichter dit beeld ontleend aan Jan Praet: ‘Maer smenschen herte es de scepman, / de mast es de nature zijn, / dat zeil, als ict ghemerken can, / mach wezen zine meeninghe aenscijn’ (ed. Bormans r. 453/6); ‘so blijft u scip seker ghemast’ (r. 1610).
15-16‘hoe standvastig ik ook in de herberg van de trouw zit te wachten, onzekerheid en twijfel blijven mij gezelschap houden’.
18‘wat voor mij het geluk zou zijn, is het blijkbaar niet voor u’.
19-20‘wie nooit enige vervulling vindt van zijn hoofse liefdesverlangen, moet de liefde wel op lager niveau gaan zoeken’.