terug  begin  verderprepost
[p. 302]

33



illustratie

 
En es geen vrient, up minen heit,
 
Die men so lichte verwerken mach
 
Om dinc daer niet vele an en cleift.1-3
 
 
 
Het doet sijn onghestadicheit.4
5
Dies noit ghetrauwe vrient en plach.5
 
 
 
En es gheen vrient, up minen heit,
 
Die men so lichte verwerken mach.
 
 
 
D ................... eit,8
 
Hi gheift in redenen verdrach,9
10
Daer wankel vrient niet om en gheift.
 
 
 
En es gheen vrient etcet.
Rondeel. In regel 3 op ‘en’ emendatie van het dubbelteken g'g' in g'f'. Finalis (a') conjectuur als in 32.
1-3‘het is geen (echte) vriend, die men zo gemakkelijk, door een onbeduidende zaak, kan ontstemmen, tegen zich innemen’.
4‘de oorzaak ligt in zijn wispelturigheid’.
5‘een trouwe vriend zou zo iets nooit laten gebeuren’.
8bovenste regel van een kolom, half weggesneden; de overgebleven letterresten zijn zo vaag dat ik er weinig mee beginnen kan; alleen de hoofdletter D aan het begin staat vast.
9‘hij aanvaardt, als men hem de zaak uitlegt, een excuus’ (?); verdrach zal hier wel ‘kwijtschelding’ betekenen.
prepostterug  begin  verder