terug  begin  verderprepost
[p. 303]

34 +



illustratie

 
Violette, zuver wit,1
 
Juechdich, soete ende amoreus,2
 
Omoedich, simpel, onbesmit,
 
Lievelic, scone, gracieus,
5
Edel, reine, glorieus,
 
Trouwe ende stede ghi bezit.
 
Troost hem dien ghi maect penseus,7
 
Ende u wil dienen in al dit.8
Chanson. De beginnoten (e'g') conjectuur. (Vgl. 48, 108).
+Acrostichon: Violette.
1Violette: Carton heeft ten onrechte Violein gelezen, en alle latere lezers (ook Scharpé en De Vreese) met hem; Violein bestaat niet en de eerste regel vraagt duidelijk om een vierlettergrepig beginwoord; verg. die eerste regel met ‘Aloeette, voghel clein’ (125).
2amoreus: niet bij Verdam; de dichter maakt in dit lied, evenals bv. in lied 43, een poëtisch effect van het gebruik van franse rijmwoorden.
7penseus, ‘in liefdesmijmering verzonken’; vier van de vijf plaatsen die Verdam van dit woord geeft, zijn uit het werk van Jan Moritoen.
8in al dit, ‘in een huldebetoon aan al de opgesomde eigenschappen’.
prepostterug  begin  verder