Refreyn int sotte met danskarakter. De 5 beginnoten zijn conjectuur naar gelijkluidende passages in de nrs. 37-40. Na de 10de noot een klein streepje (zie facs.) Niet bij Carton. Hier niet als notenteken beschouwd. Om een tonaal niet te onbevredigende zangwijs te verkrijgen is deze in alt-sleutel gelezen. (verg. no. 121).
29zweert, ‘vloekt’; verg. Jan Praet: ‘vele zweeren ende lieghen / doet den ghonen meest bedrieghen / die sulke zeden willen antieren’ (ed. Bormans r. 1126/8).
30verg. Maerlant, Martijn 2, 60: ‘dat soe mijns niet en acht een spaen’.
34‘ik kan mij niet goed voordoen, geen indruk maken’.