[p. 319]
tekstkritische noten
42
So wie bi nachte gherne vliecht,
Hi slacht den huwerhane,
2
Die hem sdaeghs uten oghen doet.
Ruste ende paeis hem dickent liecht
4
5
Van vele bi nachte te gane.
So wie bi nachte gherne vliecht,
Hi slacht den huwerane.
Sijn zanc, zijn roup, dats: ‘waen bedrieght!’
Dies scuwet hi zonne ende mane.
9
10
Lanteerne ende keerze ware hem goet!
S
o wie bi nachte gherne vliecht etc.
11
Rondeel.
2
‘hij lijkt op de nachtuil’; de dichter hield ervan om 's nachts langs de straten te zwerven.
4
‘het ontbreekt hem, ten gevolge van dat nachtbraken, (overdag) dikwijls aan evenwichtigheid en welgehumeurdheid’.
9
zonne ende mane: eenzijdig gerichte polaire verbinding, want de ‘nachtuil’ schuwt alleen het zonlicht.
11
aan het begin is de (gekleurde) hoofdletter
S
niet ingevuld.