terug  begin  verderprepost
[p. 322]

44



illustratie

 
Een .M. die nye van mi ne sciet,1
 
Sint ic mi gaf in haer ghewaldt,
 
Van haer ne wil ic sceiden niet,
 
So wat mi nemmermeer ghevaldt.
5
Haer duecht die es so menichfalt.
 
 
 
Bi dezer .M. voughic een .Y.
 
Met ganser trauwen sonder scil.7
 
Met desen tween so spelt men mi,
 
Die haer ghestade bliven wil
10
Van allen meye tote april.10
[p. 323]
 
Tuschen der .M. der .Y. so steit
 
Een edel .E. van zoeter aert.
 
Die .E. bediet ons eewicheit,
 
Te samen minnentlijch ghepaert.13-14
15
Niet bet maghic zijn verwaert.15
 
 
 
Dus volghet deser .M. een .E.,
 
Der .E. een .Y., ende elc bevrijt.17
 
Daer mede so spelt men min no mee
 
Mey, deser over zoeter tijt,
20
Daer in elc minre heift jolijt.
 
 
 
Laet u ghenoughen, .M. alleine,21
 
Den mey die ic u minlic gheve.
 
Up erde en anich liever gheine,
 
Ghi zijt die vruecht daer ic bi leve.
25
Ne gheen ontsien mi van u dreve.25
Chanson. Melodie doorgecomponeerd. Door het surplus aan noten en de geleding in 6, meestal cadenserende frasen de laatste regel herhaald, waarbij een dubbelteken tegen het eind (niet bij Carton) als herhalingsteken opgevat is. De finalis e′ is zeer waarschijnlijk foutief voor f; in de eerste plaats neigt de melodie duidelijk naar F-dur en in de tweede plaats staat de e′ niet in cadenspositie. De voorlaatste noot is g′ en hierbij voert de gebruikelijke cadensschrede tot f'.
1M: de beginletter van Mergriete (verg. lied 13); zij is, ondanks de ogenschijnlijke verwijdering, innerlijk nooit van de dichter gescheiden geweest; in dit meilied viert hij de uiterlijke hereniging met het aanbieden van een ‘mei’, die in zijn drie letters het eeuwige verbond van M(ergriete) en I(an) - samen ‘mi’, r. 8 - met tussen hen in E(gidius) symboliseert.
7sonder scil, ‘zonder dat er iets aan ontbreekt’.
10in dit meilied is deze uitdrukking voor ‘altijd door’ organisch; verg. lied 2, r. 27.
13-14‘die E betekent voor ons - Mergriete en Jan -, tezamen in hoofse liefde verenigd, eeuwigheid’.
15‘ik kan mij geen betere bescherming (van mijn hoofse existentie) voorstellen’.
17ende elc bevrijt, ‘en hij, de E, beschermt beiden, de M vóór hem en de I ná hem’.
21ghenoughen, ‘welgevallen’
M alleine, ‘mijn enige M’.
25ontsien, ‘vrees (voor wat de buitenstaanders ervan zeggen)’.
prepostterug  begin  verder