Chanson. Melodie doorgecomponeerd. Door het surplus aan noten en de geleding in 6, meestal cadenserende frasen de laatste regel herhaald, waarbij een dubbelteken tegen het eind (niet bij Carton) als herhalingsteken opgevat is. De finalis e′ is zeer waarschijnlijk foutief voor f; in de eerste plaats neigt de melodie duidelijk naar F-dur en in de tweede plaats staat de e′ niet in cadenspositie. De voorlaatste noot is g′ en hierbij voert de gebruikelijke cadensschrede tot f'.
1M: de beginletter van Mergriete (verg. lied 13); zij is, ondanks de ogenschijnlijke verwijdering, innerlijk nooit van de dichter gescheiden geweest; in dit meilied viert hij de uiterlijke hereniging met het aanbieden van een ‘mei’, die in zijn drie letters het eeuwige verbond van M(ergriete) en I(an) - samen ‘mi’, r. 8 - met tussen hen in E(gidius) symboliseert.