terug  begin  verderprepost
[p. 324]

45



illustratie

 
Adieu, adieu, solaes!1
 
Van dir ic sceiden moet.
 
Me rekent mi een dwaes,
 
In adde gelt of goet,
5
Adieu, adieu, adieu,
 
Adieu, ic wil gaen wesen vroet!6
[p. 325]
 
Hebbic niet, men ghevet niet.
 
Dat doet mi dickent zorghen.
 
Mijn ghelt es clein. ghebreict mi yet,
10
Sone wil men mi niet boorghen.7-10
 
Here God, verleent mi goeden morghen,
 
Te ghelde so anich cranken spoet!12
 
 
 
Adieu, adieu, solaes etc.
 
 
 
Solaes, het moet ghesceiden zijn.
15
Wat vroomt mi langhe beiden?15
 
Het doet mi pijn int hertze mijn
 
Dat ic mi van u sceide.
 
Adieu, mi ne sciedic nie so leide!18
 
Ghebrec mi van u sceiden doet.
 
 
20
Adieu, adieu etc.
 
 
 
Gave ons God des ghelts ghenouch,
 
So mocht wi vroilic zinghen,
 
Met vruechden staen na ons ghevouch23
 
Ende zorgen laten springhen.
25
Nu moet ic mi met zorghen minghen,25
 
In hebbe gheen ghelt in mijn behoet.26
 
 
 
Adieu etc.
Ballade met beginrefrein (eveneens in nrs 80, 94, 109, 119, 129, 130, 131, 134, 141, 142, 144, 147). Hier doet zich de vraag voor: moet eerst het refrein (dat tevens na elke strofe staat), of eerst de strofe met het stollenpaar ‘getoonzet’ worden? In nr. 45 bevindt zich de ‘balladen’-streep met apertum-clausum voor de stollenmelodie ver in de tweede helft; dus eerst het R. en dan de strofe. De streep tot afsluiting van het R. staat bij Carton 1 noot te vroeg (na e′; moet na d′d′ zijn). De slotnoten e′d′ zijn conjectuur volgens 19, 25, 35 enz.; tevens wijst de apertum - clausum - verhouding in de stollen op d′ als finalis.
1solaes, ‘mijn troost, mijn geliefde’;. geschreven na de definitieve breuk met Marie; verg. de liederen 40 en 41.
6vroet: verg. de ‘-wijsheid’ van lied 40: ‘men beschouwt mij als een dwaas, tenzij ik geld zou hebben, welnu, ik wil eens op mijn manier verstandig gaan zijn en afscheid nemen van mijn dwaze liefde’.
7-10waarschijnlijk een toespeling op de schulden waarvoor Jan Moritoen gegijzeld is; verg. lied 49, r. 29/30.
12‘ten aanzien van het geld heb ik weinig succes, ik slaag er niet in credietwaardig te worden’.
15‘wat schiet ik ermee op om lang te wachten?’
18‘nooit heb ik mij met zoveel verdriet verwijderd’.
23staen na ons ghevouch, ‘streven naar wat ons hart begeert’.
25met zorghen minghen, ‘in zorgen leven’.
26in mijn behoet, ‘in mijn bezit’.
prepostterug  begin  verder