26doet mi daer toe ghecrijch, ‘geef dat ik dat verkrijgen mag’; te oordelen naat de plaatsen die Verdam geeft, is deze gekunstelde constructie een vinding van Jan Moritoen.
30‘word op de een of andere manier tenslotte werkelijkheid’.
32mi belende, ‘naar toega’; de dichter zegt dus: ‘droom, jij bent mijn vreugdekapitaal, mijn vast bezit aan vreugden, dat ik overal mee naar toe neem’.
33die u te mi in slape zende, ‘zij die u, droom, mij in mijn slaap toezendt’ (nl. de geliefde, die zich in de werkelijkheid van de dichter heeft gedistantieerd).