Chanson met balladische strofen zonder refrein. De zangwijs met stollenherhaling. De melodie is tweemaal overgeleverd, enige gedeelten zijn gelijk; geheel verschillend is het vlotte dialogische deel (de 4 halve regels). De tweede nauwkeuriger versie is hier gekozen. De e″ tegen het einde moet naar de eerste versie leert d″ zijn.
8het is een omkering van de traditionele hoofse liefdesverhouding wanneer de dame zich ‘eyghin vry’ geeft aan haar minnaar (maar dat is in dit geval dan ook geen ‘here’, maar een ‘kerel’).
11hi sat daer bi, ‘hij ging bij haar zitten’ (verg. stoet in r. 4).
15‘zij toonde zich toen hevig gegeneerd’ (waarschijnlijk ook vanvege het onhoofse gedrag van haar minnaar).
17uit deze regel zou men opmaken, dat de oude man de krans niet op het hoofd heeft gezet, maar, omdat hij er niet goed weg mee wist, voor zich neergelegd; om hem te beledigen zet de dichter dan, terwijl hij nadertreedt om zijn compliment te maken (r. 14), quasi per ongeluk zijn voet op de neediggende krans, misschien ook om uit te drukken dat deze eigenlijk hem, de versmade minnaa toekomt.
18‘maak dat je wegkomt’; verg. in lied 49, r. 12: ‘gaet’.
26kerel: een zeer beledigend woord (verg, lied 85), maar de ‘scone vrouwe’ heeft de dichter het niet minder beledigende woord vilein toegevoegd (r. 16).
28zelver ende gout: het aanbieden van geld is ook beledigend bedoeld; de dichter is door zijn geliefde afgewezen vanwege zijn geldgebrek (verg. de liederen 41 en 45) en de ‘kerel’, die zij in zijn plaats heeft verkozen, is blijkbaar rijk.