terug  begin  verderprepost
[p. 340]

52



illustratie

 
Wat dinge men met herten doet,
 
Dan dar men niet verwerken.2
 
Ende anders hevet crancken spoet,
 
Dits openbare int merken.
5
Wat sal een voghel sonder vlerken5
 
Die bliven moet bin zinen sperten?6
 
In wil niet doen, en si met herten.7
 
 
 
Met herten willic werc bestaen,
 
So ne sal mi niet verlangen.9
10
Verlangen comt hem dickent aen
 
Die anders werc bevanghen.
 
Met herten mach men dies ontgangen.11-12
 
Verlanghen brinct al werc te smerten.13
[p. 341]
 
In wil niet doen, en si met herten.
 
 
15
So waer hem binden herten twee
 
Eendrachtich sonder sceiden,
 
Daer deen den andren niet ontgee,17
 
Die moghen vroylic beiden.18
 
Met herten wil ic mi bereiden
20
Daer tsoe, ondanc der niders perten.20
 
In wil niet doen, en si met herten.
 
 
 
Here God, wilt hem ghehingen das
 
Die hem met herten bindet,
 
Dat elc wel houde zinen pas24
25
Ende sceidens niet bewindet.25
 
Hout stede ende trauwe, die trauwe vindet!26
 
Trouwe ne sal mi niet ontverten.27
 
In wil niet doen, en si met herten.
Ballade. Begin- en eindnoten conjectuur in overeenstemming met het melodisch geheel. Tegen 't eind een streepje. Waarschijnlijk om een scheiding tussen de frasen van het afgezang en het R. aan te geven.
2verwerken, ‘verkeerd doen, bederven’; de bedoeling is: je moet je werk met hart en ziel doen, anders komt er niets van terecht (‘hevet crancken spoet’).
5sonder vlerken, ‘gekortwiekt’.
6bin zinen sperten, ‘in zijn kooi’.
7‘ik wil niets doen tenzij van harte’.
9‘dan zal het mij niet te lang vallen, niet te veel worden’.
11-12‘het wordt hún dikwijls te veel die het werk op een andere manier aanvatten’.
13‘als het ons te veel is, wordt alle werk vervelend, verdrietig’.
17ontgee, ‘ontga, verlate’.
18‘die kunnen samen rustig en opgewekt afwachten (tot zij kunnen trouwen)’.
20ondanc der niders perten, ‘ondanks de lelijke streken van de kwaadsprekers (die de goede verhouding tussen de gelieven willen verstoren)’.
24houde zinen pas, ‘met rustige stap voorwaarts gaat’.
25‘en geen aanstalten maakt om te scheiden, er niet aan denkt om zich van de ander los te maken’.
26‘blijf standvastig en trouw, als je (bij je partner) ook trouw vindt’; gezegd tot de geliefde.
27‘aan trouw zal het mij niet ontbreken’; ontverten is verder niet in het mnl. aangetroffen; het is blijkbaar een door het rijm ingegeven variant van ontverren, ‘ontgaan, zich verwijderen’.
prepostterug  begin  verder