Chanson Enigszins balladisch: 2 stollen + R (a a b a a b B). De oneven strofen hebben een ander R dan de even. Andere transcriptie: ONL I, 283; Het eenst. lied 65 vv.
1-3zonder haar zo te noemen stelt de dichter ons hier kennelijk ‘vrau Redene’ voor.
4-6‘die heeft mij gevraagd om mijn geest te schikken in standvastigheid, om rustig en beheerst te blíjven liefhebben (in afwachting van het definitieve jawoord)’.
26-27en mach mi baten niet een vingerlijn, ‘het kan mij volstrekt niets helpen’; verg. ook Jan Praet r. 2588: ‘niet een vingherlijn’; hoe vingerlijn aan de betekenis ‘kleinigheid’ is gekomen, blijkt niet duidelijk; men denkt onwillekeurig aan ‘vingerhoed’ (oorspronkelijk ‘vinger van een handschoen’), maar bij de plaatsen die Verdam van vingerlijn geeft, kan ik deze betekenis niet vinden; misschien speelt de dichter op deze plaats tegelijk met de bet. ‘vingerring (als teken van trouw)’: al zijn treuren en klagen levert hem immers niet de ring op waar het hem om te doen is! verg. lied 75, r. 34.
30verbouden, ‘dapper, sterk worden’; de bedoeling is: ‘je moet nog vuriger gaan beminnen’.
53‘dat men dat goede ogenblik niet voor ons bederft’; de dichter heeft met ‘men’ waarschijnlijk de altijd aanwezige en iedere hoofse liefdesverhouding bedreigende kwaadsprekers op het oog.