16sinc wi, ‘zingen wij’; r. 17 is hierbij het object.
18-19‘wij geven er geen zier om’; als uitdrukking voor een kleinigheid is haverstro alleen op deze plaats bekend; waarschijnlijk is het een persoonlijke gelegenheidsvariant van de dichter van het in deze zin algemeen gebruikelijke stro (dat hij zelf ook in de liederen 142 en 144 gebruikt).