7-8‘je behoeft er niet (uitdrukkelijk) om te vragen, je hoort er (ook zonder dat je er naar vraagt) genoeg over spreken’.
11spreiken jeghen meenen, ‘huichelen, een rol spelen’.
13paeis van zinnen: hier ter aanduiding van een vriendelijke bejegening van de zijde van de geliefde.
15xvij: ter aanduiding van een onbepaald (groot) aantal, versterking van seven dat ook in deze zin gebruikt wordt; ‘er is er niet een op de zeventien anders’ wil dus zeggen ‘ze zijn bijna allemaal zo’; lees: seventienen.
19‘willen het (d.i. de moeiten van de hoofse liefdedienst) niet meer verdragen’.
25-30‘je kunt een vrouw nog zo trouw liefhebben, je (op hoofse wijze) in haar dienst stellen en standvastig daarin volharden, je volharding (beclijf) zal je in geen enkel opzicht baten’.
31ganc haer vast te rade, ‘vraag haar voortdurend om raad’, hier: ‘doe alsof je je geheel in haar dienst stelt’.
32‘maar zorg ervoor dat je niet zonder enige beloning voor je liefdedienst wordt afgescheept’.
47met vrauwen hoven, ‘vrolijk zijn in het gezelschap van vrouwen, een beetje vrijen’.
48‘maar niet daardoor uit mijn voegen gerukt worden’; de betekenis van verscoven, dat verder in het mnl, niet is aangetroffen, moet uit het verband worden opgemaakt; zie Verdam s.v.