terug  begin  verderprepost
[p. 363]

61

 
.......................
 
.......................
 
.................. eine
 
.......................
5
.................. eine,
 
Lieve, werde, zoete, reine?6
 
 
 
..................vive
 
...................ive7-8
 
Minne, die eewich duren moete.
10
Des anders name ic Jonste scrive,
 
Daer ic u minlic mede groete,
 
Reine, werde, lieve, zoete!
 
 
 
Den derden Troost geheeten zi.
[p. 364]
 
Die vierde heet, ende staet hem bi,
15
Antieren, die ic ye begherde.15
 
De vijfste heet, ende blijft in mi,
 
Ghestadicheit, die nie man derde,
 
Soete, reine, lieve, werde!
 
 
 
Nu blijft ghecroont, mijn coninginne,19
20
Die ic vor al de werelt minne!
 
Te rechte ic van u troost besieve.21
 
Dan mochten doen ne ghene ghewinne,
 
Dat ic in mi yet el verhieve,22-23
 
Soete, werde, reine, lieve!
Tussen lied 60 en 61 ontbreekt een dubbelblad, het middelste van het quatern. Op de laatste kolom van dit dubbelblad hebben de eerste 8 regels van lied 61 gestaan. Onder lied 60 staat in het handschrift de melodie genoteerd van het eerste der ontbrekende liederen, waarvan de tekst op de eerste kolom van het ontbrekende dubbelblad moet hebben gestaan en dat we ‘60a’ kunnen noemen (zie de reproductie achterin).
6het rijmwoord moet reine geweest zijn; de volgorde van de andere woorden staat niet vast.
7-8gezien het vervolg is het wel waarschijnlijk dat het rijmwoord van r. 7 vive geweest is en dat in r. 8 het woord eerste of eene heeft gestaan; omdat in r. 10 van des anders en in r. 13 van den derden gesproken wordt, is het aannemelijk dat er in r. 7 een mannelijk substantivum gestaan heeft; de opzet van dit lied herinnert aan r. 4016/27 van Jan Praet:
 
Men gheeft ghiften in .v. manieren,
 
dat mach elc weten, es hi wijs;
 
die eene willic u visieren:
 
dats omme rom, lof ende prijs.
 
 
 
Die andre es van deughden manc,
 
die selden den ghevre comt te baten;
 
dat hi gheeft, dat doet bedwanc:
 
hine gave niet, dorste hijt wel laten.
 
 
 
Die derde es, dat mens verdient;
 
die vierde, dat mens verdienen sal;
 
de vijfste, dat es de vulle vrient,
 
die tplein van minnen vulcomt van al.
15antieren, ‘(hoofse) omgang’.
19ghecroont: op grond van dit beeld zou men kunnen veronderstellen dat Minne, Jonste, Troost, Antieren en Ghestadicheit elementen of attributen van een ‘crone’ geweest zijn.
21‘met recht kan ik verwachten van uwentwege troost te zullen smaken’.
22-23‘geen enkel voordeel zou mij ertoe kunnen brengen om aan iets (iemand) anders de ereplaats in mijn gedachten te geven’.
prepostterug  begin  verder