terug  begin  verderprepost
[p. 370]

65



illustratie

 
Vor al dat God ye an mi wrachte
 
So dankic hem mir oghen twee,1-2
 
Die mi brochten int ghedachte
 
Een .M. die ic nemmermee4
5
Laeten wil, hoet mi vergee.
 
 
 
Dese .M. es boven allen crachte
 
Machtich mijns. ghelijc der zee
 
Canzoe mi gheven zuer ende zachte.8
 
 
 
Vor al etc.
 
 
10
Uren, wilen, daghen, nachten
[p. 371]
 
Doet mi verlangen liden wee.11
 
Mi hebdi vri te uwen pachte12
 
Als een herde doet sijn vee.
 
Anders dwinic als die snee.14
Rondeel. De verdeling der tekstregels over de melodische zinnen als in 64. In regel 6 tussen de beide e″ (‘allen’) een f. die op het facsimile onduidelijk te zien is. Vergelijking met regel 1 ‘mi wrachte’ maakt de f″ waarschijnlijk.
1-2‘boven al het andere dat God mij bij het formeren van mijn lichaam gegeven heeft, dank ik Hem voor mijn beide ogen’.
4M: de eerste letter van de naam Mergriete.
8zuer ende zachte: verg. zeer ende zacht (lied 128) en zacht ende zere (lied 124) in een soortgelijk verband, terwijl in lied 100 tzoet tegenover tzure wordt gesteld; misschien moet men in lied 65 ook zeer ende zachte lezen, misschien heeft de dichter twee uitdrukkingen vermengd.
11verlangen, ‘gemis’.
12vri ruwen pachte, ‘tot uw vrije beschikking’ in deze toepassing is pacht verder niet in het mnl. aangetroffen.
14anders: nl. wanneer de geliefde niet over de dichter zou beschikken.
prepostterug  begin  verder