Rondeel. De verdeling der tekstregels over de melodische zinnen als in 64. In regel 6 tussen de beide e″ (‘allen’) een f. die op het facsimile onduidelijk te zien is. Vergelijking met regel 1 ‘mi wrachte’ maakt de f″ waarschijnlijk.
1-2‘boven al het andere dat God mij bij het formeren van mijn lichaam gegeven heeft, dank ik Hem voor mijn beide ogen’.
8zuer ende zachte: verg. zeer ende zacht (lied 128) en zacht ende zere (lied 124) in een soortgelijk verband, terwijl in lied 100tzoet tegenover tzure wordt gesteld; misschien moet men in lied 65 ook zeer ende zachte lezen, misschien heeft de dichter twee uitdrukkingen vermengd.