[p. 377]
tekstkritische noten
69
Wien doet verlanghen meerre pijn
Dan hem die moet van lieve zijn?
2
Want hem niet el ghenoughen can.
Mijn alder liefste wijflic scijn,
5
Naer u verlangt die herte mijn.
Wien doet verlangen meere pijn
Dan hem die moet van lieve zijn?
So waer ic bem, mijn herte es dijn.
Blijft mi ghestade in trauwen fijn,
10
Sone mach ons deren wijf no man!
10
Wien doet verlanghen etc.
Rondeel. De melodie kan even goed in het ternaire parallelritme gezongen worden.
2
van lieve, ‘gescheiden van zijn geliefde’.
10
wijf no man: toespeling op de altijd aanwezige ‘niders’; bij
wijf
kan de dichter gedacht hebben aan de ‘ghespele’ van de ‘duve’ in het 6de gedicht.