13nl. van de zijde van de ‘niders’, de kwaadsprekers, die ‘aerch segghen’.
14onghereit: de geliefde van wie de dichter afscheid neemt wordt lichamelijk wel degelijk onbereikbaar, ‘onghereit’, voor hem; hij moet in deze regel dus denken aan de geestelijke bereikbaarheid, de innerlijke wederzijdse trouw ondanks de uiterlijke gescheidenheid (door kloostermuren).