terug  begin  verderprepost
[p. 380]

71



illustratie

 
‘Lijskin, wat helpt vele ghestreiden?
 
Ic moet u doen dat zotte dinc.2
 
Ic hebt u menich waerf ghebeiden,
 
Daer u niet vele an en hinc.’4
5
‘Her Wouter,
 
En tast mi emmer niet beneden,6
 
Ghine waert een lettel stouter!7
 
 
 
‘Lijskin, bi deis heren doot,8
 
Haddic u up den corentas,9
10
Al waerdi .vij. waerf so groot,
[p. 381]
 
Ic soude u leeren tswingen tvlas!11
 
Wat, Lijskin,
 
Vindi mi niet in uwen scoot,
 
So seght dat ic een annin bin!’14
 
 
15
‘Her Wouter, ghi sijt al te stout
 
Van uwen fellen daden:
 
Ghi sijt out ende ghi sijt cout,
 
Ic souds u wel verzaden!18
 
Her Wouter,
20
Vermeit u niet up uwen bout,20
 
Ghine waert een lettel stouter!’
 
 
 
‘Lijskin, minne, hout up dijn hant,22
 
Ghi suiles noch ontgelden!’23
 
‘Wacht u, Wouter, goet calant,
25
Ghi sout mi moeten melden!’25
 
‘Wat, Lijskin,
 
Laetti hier niet eenen pant,27
 
So seght dat ic een annin bin!’
 
 
 
‘Secht mi, Wouter, lieve drael,29
[p. 382]
30
Wat pande wildi hebben?
 
Dat ic u gheve, ic jans wael:
 
Een quaet jaer op u rebben!30-32
 
Wat, Wouter,
 
Ne comt met ysere an gheen stael,34
35
Ghine waert een lettel stouter!’
 
 
 
Her Wouter die was arde gram
 
Van deser wreeder sprake.37
 
In sinen aerm dat hise nam.
 
Soe sloucher vor de cake.39
40
‘Wat, Lijskin,
 
Doe ic u noch niet wesen tam,
 
So secht dat ic een armin bin!’41-42
Chanson met refreinregels afwisselend in de even en oneven coupletten. Na de beginf′ een ruimte; hierin d′ gelezen. De regels in reprise (3, 4 en 7) stemmen in metrum niet overeen met de regels 1, 2 en 6.
2doen dat zotte dinc, ‘coire’.
4‘waar je je niets van aantrok’.
6‘probeer mij niet van onderen aan te pakken, probeer niet met mij te paren’.
7stouter, ‘flinker, krachtiger (in sexueel opzicht)’.
8deis, l. des.
9corentas: Verdam geeft geen andere plaatsen dan uit dit lied en lied 86; verg. voor de omgeving waarin men zich de scène van Wouter en Lijskin mogelijk moet denken de commentaar bij het laatstgenoemde lied.
11tswingen tvlas, ‘het vlasbraken’; hier een verbloemende uitdrukking voor de coitus.
14annin, ‘sukkel’.
18‘ik zou je er genoeg van leren krijgen’.
20‘beroem je niet op je penis’.
22minne, ‘liefje’. hout up dijn hant: om de ‘koop’ bij handslag te sluiten.
23‘je zult er nog voor betaald worden’; in de volgende regels neemt Lijskin het door Wouter gebruikte beeld op door hem goet calant, ‘beste klant’, te noemen en hem naar de ‘prijs’ te vragen waarmee hij het haar wil ‘betaald zetten’.
25‘je zcu mij de prijs moeten noemen’.
27‘geef je mij hier geen stellige verzekering’.
29drael: Verdam veronderstelt, m.i. terecht, dat dit verder niet aangetroffen woord een verkorting van draelgast, ‘klaploper’, is; ook hierdoor geeft Lijskin dan te kennen dat Wouter naar haar mening geen middelen bezit om te ‘betalen’, dat hij in het sexuele maar een ‘armoedzaaier’ is.
30-32‘wat voor een verzekering wil je hebben? déze krijg je van me, van ganser harte, dat je ouwe ribbenkast een slecht jaar tegemoet gaat!’; Lijskin wenst hem dus toe dat hij, ‘zwak’ als hij is, alle mogelijke ziekten zal krijgen: ‘krijg de kolere!’
34ysere is hier het beeld van het zwakkere, zachtere, stael van het sterkere, hardere.
37‘over deze bijtende, beledigende woorden’.
39‘zij sloeg haar handen voor het gezicht’; N. Geerts stelt voor slouchen te lezen (‘zij sloeg hem in het gezicht’); het hangt er maar van af hoe men Lijskin bekijkt.
41-42‘ik mag een sukkel zijn als ik je niet tem!’; dit slot veronderstelt m.i. dat de coitus wel degelijk plaatsvindt en dat Lijskin Wouter alleen maar heeft willen ophitsen.
prepostterug  begin  verder