terug  begin  verderprepost
[p. 383]

72



illustratie

 
So wie bi lieve in rusten leit,
 
Van niders clappen onbedwonghen,2
 
Hi mach wel zinghen vroilicheit,3
 
Tote dat de wachter heift ghesonghen:
5
‘Stant up, hets dach!’ ‘Owi, owach!’
 
Dats haer gheclach6
 
Met handen vast ghewronghen.
 
 
 
Menich hertze doet dan ghesceit.8
 
Die also minlic sijn ontspronghen,9
10
Sceiden es hem tzaen bereit.
 
 
 
So wie bi lieve in rusten leit,
[p. 384]
 
Van niders clappen onbedwonghen,
 
Hi mach wel zinghen vroilicheit.
 
 
 
Ic weinsche hem die daer aerch of zeit
15
Ghebrec van oghen ende van tonghen,
 
Want gheen solaes daer voren gheit,
 
Maer dat de wachters niet ne clonghen:
 
‘Stant up, hets dach!’ Owi, owach,16-18
 
Dats quaet verdrach
20
Met houden ende met jonghen.19-20
 
 
 
So wie bi lieve etc.
Rondeel. 2 beginnoten conjectuur. Veel dubbelstrepen, die deels op een langzamer tempo schijnen te wijzen. Tegen 't eind kleine streepjes, die een notenherhaling aangeven.
2‘buiten het bereik van het geklets van de kwaadsprekers’.
3zinghen vroilicheit: waarschijnlijk ook een verbloemende uitdrukking voor coire.
6‘dat is de klacht van de gelieven’.
8ghesceit doen, ‘afscheid nemen’.
9‘die uit een zo lieve omhelzing zijn ontwaakt’.
16-18‘er zou geen genoegen zijn dat boven het minnekozen uitgaat, als de wachters maar niet afriepen: opstaan, het is dag!’; clinghen is eigenlijk een intransitief ww., maar de dichter heeft het hier eens een keer transitief gebruikt; zijn rijmesthetica verhinderde hem het rijmwoord songhen te gebruiken vanwege ghesonghen in de eerste strofe.
19-20‘dat is slecht te verdragen voor oud en jong’ (of: ‘zowel met een oude als men een jonge vrouw naast zich in bed’?); wellicht is dit wachterlied, behalve aan de erotische fantasie van de dichter, ook te danken aan de omstandigheid dat hij, ‘huwerane’ als hij was, het zo bijzonder onaangenaam vond om op te staan wanneer de torenwachters de dag bliezen!
prepostterug  begin  verder