terug  begin  verderprepost
[p. 391]

76



illustratie

 
Nieuwe jaer haet mich verhuecht
 
Met rechter vruecht,
 
Vrauwe, in dijnre hoede.
 
Du aens mijn hertze also bewuecht4
5
Met dijnre duecht,
 
Wi soldichs werden moede!
 
 
 
Ich haen ghehadt der jaren veil
 
Met vruechden speil,
 
Dan can mi niet verdriesen.
10
Met trauwen icht voor niders heil,
 
Hoe das ich queil.
 
Ich wils mi voott gheniesen.7-12
[p. 392]
 
Up erde en anich liever gein
 
Dan du allein,14
15
Dat saeltu wael bevinden.
 
Want ich di diene in trauwen rein,
 
Niet als vilein17
 
Die helt met allen winden.18
 
 
 
Dus blijfstu in mijns hertzen bloet,
20
Lief beilde zoet,
 
Boven allen wiven.
 
Du aens mijn hertze ende ooc mijn moet
 
In dijn behoet,
 
Dijn eighin moetic bliven.
 
 
25
Dit jaer ende al die volghen naer,
 
Vrauwe, weit vor waer,
 
So blivic dir ghestade.
 
Liever ledic liden zwaer
 
Al mine jaer
30
Dan ich di ontrauwe dade.28-30
 
 
 
Nu jon mi dan dijns vruechts ghecrijch,31
 
Vrauwe duechden rijch,
 
Blijft in trauwen vaste!
 
God jonne ons tween eendrachtelijch34
[p. 393]
35
Sijn hemelrijch
 
Met sijnre vrienden raste!36
Chanson. Melodie doorgecomponeerd. ONL I, 531.
4bewuecht, ‘bestuurd’; het Gruuthuse-hs gebruikt naast elkaar bewuecht en beweicht, evenals ontwuecht en ontweicht; verg. woch naast wech; de vormen met geronde vocaal zijn blijkbaar, ofschoon (west)vlaams, in de literaire schrijftaal minder gebruikelijk geweest; Jan Moritoen heeft er echter een duidelijke voorkeur voor, met name in rijmpositie, omdat bewuecht en ontwuecht zulke bruikbare rijmpartners van vruecht en verhuecht zijn; zie het artikel van Mak in TNTL. 68, 187-91.
7-12‘ik heb vele jaren het genot der (wisselende) vreugden gehad en kan daar geen spijt over gevoelen, maar nu verberg ik het zorgvuldig voor de roddelaars hoe ik (minnesmarten) lijd, want dit is het wat ik voortaan wil smaken’.
14du: N. Geerts stelt voor di te lezen; het zinsverband eist inderdaad een objectsvorm, maar de dichter kan de subjectsvorm als directer hebben gevoeld en het lijkt mij dus niet onmogelijk dat de ‘fout’ voor zijn rekening komt.
17vilein, ‘iemand zonder (hoofse) beschaving’ (lett. ‘dorper, boer’).
18helt, ‘meebuigt’.
28-30‘liever zou ik mijn hele leven een zwaar lijden lijden, onder minnesmarten gebukt gaan, dan u ontrouw te worden’.
31dijns vruechts ghecrijch, ‘het verkrijgen van de vreugde van uw genegenheid’; verg. lied 62, r. 20.
34God jonne: er is parallelisme tussen nu jon van r. 31 en God jonne van r. 34; de zuivere hoofse liefde op aarde vindt haar uiteindelijke voltooiing in een gezamenlijk genoten hemelse zaligheid; verg. 2de gedicht, r. 1898-1900.
36sijnre vrienden raste, ‘de rust die God aan zijn gunstgenoten geeft’; Abraham, de vader van het verbondsvolk, wordt in de bijbel Gods ‘vriend’ genoemd; verg. Hebr. 4:9.
prepostterug  begin  verder