4bewuecht, ‘bestuurd’; het Gruuthuse-hs gebruikt naast elkaar bewuecht en beweicht, evenals ontwuecht en ontweicht; verg. woch naast wech; de vormen met geronde vocaal zijn blijkbaar, ofschoon (west)vlaams, in de literaire schrijftaal minder gebruikelijk geweest; Jan Moritoen heeft er echter een duidelijke voorkeur voor, met name in rijmpositie, omdat bewuecht en ontwuecht zulke bruikbare rijmpartners van vruecht en verhuecht zijn; zie het artikel van Mak in TNTL. 68, 187-91.
7-12‘ik heb vele jaren het genot der (wisselende) vreugden gehad en kan daar geen spijt over gevoelen, maar nu verberg ik het zorgvuldig voor de roddelaars hoe ik (minnesmarten) lijd, want dit is het wat ik voortaan wil smaken’.
14du: N. Geerts stelt voor di te lezen; het zinsverband eist inderdaad een objectsvorm, maar de dichter kan de subjectsvorm als directer hebben gevoeld en het lijkt mij dus niet onmogelijk dat de ‘fout’ voor zijn rekening komt.
17vilein, ‘iemand zonder (hoofse) beschaving’ (lett. ‘dorper, boer’).
28-30‘liever zou ik mijn hele leven een zwaar lijden lijden, onder minnesmarten gebukt gaan, dan u ontrouw te worden’.
31dijns vruechts ghecrijch, ‘het verkrijgen van de vreugde van uw genegenheid’; verg. lied 62, r. 20.
34God jonne: er is parallelisme tussen nu jon van r. 31 en God jonne van r. 34; de zuivere hoofse liefde op aarde vindt haar uiteindelijke voltooiing in een gezamenlijk genoten hemelse zaligheid; verg. 2de gedicht, r. 1898-1900.
36sijnre vrienden raste, ‘de rust die God aan zijn gunstgenoten geeft’; Abraham, de vader van het verbondsvolk, wordt in de bijbel Gods ‘vriend’ genoemd; verg. Hebr. 4:9.