+De volgorde van de strofen is niet zeker, doordat de kopiist ze in twee kolommen heeft geschreven. In de tekst zijn de beide bovenste strofen als 1 en 2, de beide onderste als 3 en 4 beschouwd. Het is ook niet overal duidelijk welke zinnen in deze minnedialoog aan de man, welke aan de vrouw moeten worden toegekend (verg. het verwante lied 118). Het hs. geeft geen enkele aanwijzing en de interpretator moet dus op zijn gevoel afgaan. In ieder geval begint de man alle strofen en het lijkt mij ook wel hoogstwaarschijnlijk dat hij ze alle afsluit met de regel ‘In wil di nummer sceiden van’. De strofevorm is een variant van het ‘motet’ van Jan Praet (met zekere rijmcomplicaties en een afsluitende 13de regel).
1een betere aanhef zou men krijgen, wanneer men als eerste woord Mijn las; de gekleurde initiaal kan verkeerd zijn ingevuld; de vertaling zou dan worden: ‘Gij die mijn enige troost zijt’.
17-18‘gij geneest mij snel en altijd meer, zonder einde’.
20in het hs. ontbreekt ende; de gewone verbinding is lief ende leit, maar het rijm heeft de dichter gedwongen lief te variëren tot gheval, ‘geluk’.
23mir hertzen dal: ongewone uitdrukking; de bedoeling van r. 23-25 moet wel zijn: ‘alles zonder uitzondering (groot ende smal) wat zich in (het landschap van) mijn hart bevindt, voelt zich met u verbonden’.