terug  begin  verderprepost
[p. 406]

82



illustratie

 
Bedwonghen haet een zalich wijf
 
Herte ende zin, ziele ende lijf
 
So minnentlike vaste,
 
Dat ic moet bliven even stijf4
5
Ghestade in allen laste.5
 
 
 
Allein bestu mijns leits verdrijf:
 
Mijn liden in mijn herte strijf!7
 
Dat es mijn hoochste raste.
 
 
 
Bedwonghen aet een zalich wijf etc.
 
 
10
Als ic niet bi u bem gherijf,10
[p. 407]
 
So truetic arem man keitijf11
 
Ghelijc den vreimden gaste.12
 
In trauwen mi ghestade blijf!
 
Daer toe mi minne paste.14
 
 
15
Bedwonghen aet etc.
Rondeel. Finalis d′ conjectuur.
4stijf, ‘krachtig’.
5in allen laste: t.w. van de (tijdelijke) verwijdering.
7strijf: Verdam weet met dit woord geen raad; hij is geneigd op grond van eng. to strive een mnl. *striven aan te nemen, maar de bet. van het eng. ww. (‘zich inspannen, pogen’) past in het minst niet op deze plaats; m.i. moet men strijf zien als een imperatief van mhd. streifen of van een verduits mnl. stripen; de bet. wordt in beide gevallen ‘strijk weg’.
10gherijf, ‘aangenaam (t.w. aan de geliefde)’; geen andere plaatsen in het mnl. en dus waarschijnlijk weer een persoonlijke variant (van gherrivelijc); door het -ijf-rijm te kiezen heeft de dichter het zich in dit lied wel bijzonder moeilijk gemaakt!
11keitijf: het woord betekent in het mnl. gewoonlijk ‘ellendig’, maar wordt op deze plaats mogelijk in de meer oorspronkelijke zin van ‘gevangen’ gebruikt; de hoofse minnaar placht zichzelf immers voor te stellen als de ‘gevangene’ van zijn dame.
12ghelijc den vreimden gaste, ‘als een vreemdeling (aan wie het huis van de geliefde ontzegd wordt)’; ook lied 82 kan geplaatst worden in de ‘tweede fase’, toen Mergriete de dichter niet wilde ontvangen; verg. blz. 168-71.
14‘daartoe (nl. tot in trauwen ghestade bliven) heeft de liefde míj gevoegd’.
prepostterug  begin  verder