terug  begin  verderprepost
[p. 408]

83 +



illustratie

 
Here God, ic claghe in alre tzijt,
 
Vor al en das du aens ghewracht,2
 
Over der valscher niders nijt
 
Ende over al haer boos gheslacht!
5
Si destrueren dach ende nacht
 
Der zuetzer minnen vruechden cracht.
 
Das wreict up hem, des biddic dijch!
[p. 409]
 
Fi, nider boos, onrein vilein,8
 
Aergher cruut nie zonne bescein9
10
Dan dijn tonghe zekerlijch!
 
 
 
Al das up der erden leift
 
Wael di met rechte verspien mach,12
 
Want wie reine minne in werden heift,
 
Dien benijdstu nacht ende dach.
15
Niemen ne gheifstu verdrach.15
 
Aergher diet nieman en sach.16
 
Dune best up erde niet nuttelijch.17
 
 
 
Fy, nider etc.
 
 
 
Dinen valschen blade ondanc19
20
So salic haer ghestade zijn,
 
Want zi mich haet in haer bedwanc.
 
Ic hope so es soe ooc int mijn.
 
Ic weet een cruut vor dijn venijn,23
 
Dats al dijns clappens medicijn.24
25
Wat muechstu dan ghescaden mijch?25
 
 
 
Fy, nider boos, onrein vilein,
 
Aergher cruut nie zonne besceyn
 
Dan dijn tonghe zeketiijch!
 
 
 
Heer God etc.
Ballade (cyclisch). De tekstplaatsing geeft veel moeilijkheden, die echter alle opgeheven worden, als de eerste dubbelstreep 2 noten verder (na d″c″) geplaatst wordt (zie facsimile). De 3 slotnoten bes′g′f′ zijn conjectuur. De melodie kan ad lib. in ternair parallelritme gezongen worden (6/4 maat).
+De eerste letters van de regels 3 tot 18 zijn half weggesneden, maar voor het grootste deel toch nog wel met zekerheid te herkennen. Alleen de O van r. 3 heb ik cursief laten drukken, omdat de letterrest ook aan een D zou kúnnen toebehoren en Duer een ander woord is dan Ouer. De tekst van Carton heeft Duer. Het parallelisme van r. 3 en 4 pleit center voor Ouer.
2‘vóór alles wat Gij geschapen hebt’ (t.w. aan doornen en distelen na de zondeval, verg. Gen. 3: 18); misschien is tussen al en en de letter l weggevallen, overigens wel een merkwaardige vergissing voor een kopiist.
8vilein: ik vat dit woord op als een znw., ‘boer’, scheldwoord voor de onhoofse buitenstaander; vrijwel dezelfde regel in lied 125.
9cruut, ‘onkruid’; verg. het bij r. 2 opgemerkte.
12verspien, ‘in het gezicht spuwen, verachten’; driesyllabig te lezen.
15verdrach gheven, ‘verschonen’.
16aergher diet, ‘een slechtere kerel’.
17niet nuttelijch, ‘tot niets nuttig’.
19‘ondanks het geroddel van jouw valse tong’; het lied slaat duidelijk op de situatie van het 6de gedicht.
23een cruut: blijkbaar denkt de dichter aan de redelijkheid, het gezond verstand; verg. vrau Redene in het 6de gedicht.
24clappens: het hs. heeft clappen.
25verg. lied 80, r. 9.
prepostterug  begin  verder