Ballade (cyclisch). De tekstplaatsing geeft veel moeilijkheden, die echter alle opgeheven worden, als de eerste dubbelstreep 2 noten verder (na d″c″) geplaatst wordt (zie facsimile). De 3 slotnoten bes′g′f′ zijn conjectuur. De melodie kan ad lib. in ternair parallelritme gezongen worden (6/4 maat).
+De eerste letters van de regels 3 tot 18 zijn half weggesneden, maar voor het grootste deel toch nog wel met zekerheid te herkennen. Alleen de O van r. 3 heb ik cursief laten drukken, omdat de letterrest ook aan een D zou kúnnen toebehoren en Duer een ander woord is dan Ouer. De tekst van Carton heeft Duer. Het parallelisme van r. 3 en 4 pleit center voor Ouer.
2‘vóór alles wat Gij geschapen hebt’ (t.w. aan doornen en distelen na de zondeval, verg. Gen. 3: 18); misschien is tussen al en en de letter l weggevallen, overigens wel een merkwaardige vergissing voor een kopiist.
8vilein: ik vat dit woord op als een znw., ‘boer’, scheldwoord voor de onhoofse buitenstaander; vrijwel dezelfde regel in lied 125.