terug  begin  verderprepost
[p. 415]

86



illustratie

 
Ic sach een scuerduere open staen1
 
Eens avonts, als de mane sceen.2
 
Als icker binnen waende gaen,
 
Stac ic mi jeghen enen steen.4
5
In sacher niemen dan hem tween.
 
Daer zaghic twee witte been
 
Devotelike te Gode waert.
 
‘Peinst om mi, zuster Lute!’
 
‘Gherne, broeder Lollaert!’8-9
 
 
10
Mettien slopic ter duren in
[p. 416]
 
Al achter eenen corentas.11
 
Daer hoordic dat dat zusterkijn
 
Den cokerduunschen zouter las.13
 
Beede laghen zi int vlas.
15
De cucule, die daer upperst was,15
 
Die docht mi draven als een paert.
 
‘Peinst om mi’ etc.
 
 
 
In den gheest studeirden zi
 
Dieper dan ic wel verstout.
20
De broeder bleeffer vaste bi,
 
Hem dochte hi was der zaken cont.
 
Nochtan en vant hi niet den gront.
 
Daer omme wart hi so onghesont,
 
Hi bleef verwonnen in de vaert.18-24
25
‘Peinst om mi’ etc.
 
 
 
Mettien cesseirde dat ghescal.26
 
Suster Luten bleef den prijs,
 
De broeder was verwonnen al.
 
Nochtan so was hi arde wijs.29
30
Hi scudde sine cappe grijs.30
[p. 417]
 
Daer was Amelis ende Amijs,31
 
Ja naer den gheesteliken aert!
 
‘Peinst om mi’ etc.
 
 
 
Goede spise ende goeden wijn34
35
Brochte elc van hem beiden voort.
 
Ic riep: ‘ic wils gheselle zijn,
 
Want daer ghebreict een derde acoort!’37
 
Doe worden si also ghestoort,
 
Si vloon, sine spraken niet een woort.
40
So sere waren si van mi vervaert.40
 
‘Peinst om mi’ etc.
 
 
 
De goede flasschen bleven daer,
 
Daer ic te drinckene of began.
 
Die wijn was zuver ende claer,
45
De spise die stont mi ooc wel an.
 
Hets recht dat men hem eere jan
 
Die Luten leven eerst began:47
 
Daer nes gheen luumkin in ghespaert!48
 
‘Peinst om mi’ etc.
Ballade.
1scuerduere: het woord ontbreekt bij Verdam; waarschijnlijk moet men zich hierbij een grote ‘bergschuur’ (van een van de kloosters) voorstellen, zoals die nog tegenwoordig in het westvlaamse kustgebied te vinden zijn, d.w.z. een eenzaam in het land staand stolpgebouw zonder woonhuis; dit was wel een geschikte plaats voor een erotisch avontuur.
2wij zien de dichter volgens zijn gewoonte (verg. lied 42) 's avonds laat nog aan de wandel, dit keer een heel eind buiten de stad; het was na de vlas- en de korenoogst (verg. r. 11 en 14) en het kan dus bv. in augustus geweest zijn.
4stac, ‘stootte’. steen: waarschijnlijk het stenen voetstuk onder de deurstijl.
8-9‘zuster Lute’ en ‘broeder Lollaert’ behoorden tot de ongeordende geestelijken, die in zedelijk opzicht een slechte naam hadden; zie Verdam s.v. en Enklaar, Varende Luyden 87 vgg.
11corentas: verg. lied 71, waar de scène zich misschien ook wel in een ‘bergschuur’ afspeelt.
13den cokerduunschen zouter, ‘een boek met onechte, niet erkende of verboden psalmen of liederen’ (Verdam); alleen op deze plaats aangetroffen; dat ‘den cokerduunschen zouter lesen’ zou betekenen ‘vleselijke gemeenschap oefenen’, zoals Verdam wil, lijkt mij niet waarschijnlijk: de dichter hóórt de zuster tedere of aanmoedigende woorden tegen de de broeder zéggen, woorden die zij niet in een echt psalmboek gevonden kan hebben.
15cucule, ‘keuvel, ordegewaad’, hier: ‘man met ordegewaad aan’.
18-24uitbeelding van de coitus als een geestelijk dispuut: ‘de broeder bleef op zijn stuk staan, hij dacht dat hij goed van de zaak op de hoogte was, maar kon toch de diepste grond niet vinden en was daardoor zo van zijn stuk gebracht, dat hij zich gewonnen moest geven’.
26‘daarmee hield het (op heftige toon gevoerde) dispuut op’.
29‘toch was hij wel degelijk een kenner van de materie’.
30‘hij schudde zijn grijze ordekleed’, nl. bij het opstaan om de vlasvezels af te schudden.
31‘het werd een idyllisch tafereeltje als van Amelis en Amijs’; verg. Amijs en Amelis, Middeleeuwse vriendschapssage, naar de berijming van Jacob van Maerlant...uitg. door J.J. Mak.
34verg. Jan Praet: ‘ende goede spize ende goede dranc’ (ed. Bormans r. 2011); ‘vette spize ende goeden wijn’ (r. 2033).
37een derde acoort, ‘een derde stem (bij dit meerstemmig koorgezang)’.
40de versregel is te lang; lees: so seer waersi van mi vervaert?
47‘die het eerst als Lute is gaan leven, die de orderegel van de bagijnen heeft opgesteld’.
48‘daar ontbreekt geen enkel pleziertje aan’; luumkin is verder niet in het mnl. aangetroffen. daer: het hs. heeft D met een afkortingsteken.
prepostterug  begin  verder