4verg. Maerlant, Martijn 1, 725/6: ‘ghi sijt alse tcranke riet / dat den winde volghet ende vliet’.
6‘wat helpt het mij, of ik het hem al zeg of er een lied van zing?’
7-8‘hij heeft nu eenmaal niet de minste trouw, welvoegelijkheid en standvastigheid in zich’.
12onstedich pleit, ‘dobberend bootje’ (?); een pleite is een platboomd vaartuig, vooral gebruikt als vrachtschip, maar ook wel als onderdeel van een schipbrug of als veerboot (zie WNT s.v.); het woord lijkt niet bijzonder raak gekozen, maar de rijmdwang kan een rol gespeeld hebben.