terug  begin  verderprepost
[p. 434]

95



illustratie

 
De steen die trect die naelde naer.1
 
Wien wondert das, al hanich vaer
 
Vor oghen die bedrieghen?2-3
 
Oghen vlieghen hier ende daer,4
5
Maer herte en can niet lieghen.5
[p. 435]
 
Een oghe upslaen es wandelbaer,
 
Maer als tghesichte wil bliven staer
 
Ende laten in waert vlieghen,
 
So moet daer therte segghen waer,6-9
10
Want zoe en can niet lieghen.
 
 
 
Lijflic beeilde, speghel claer,11
 
Mijn cracht es jeghen dijn begaer12
 
Als tskints es in der wieghen.13
 
Dijn moetic bliven al mine jaer,
15
Want herte en can niet lieghen.
 
 
 
De steen die trect etc.
Chanson (cyclisch). Laatste regel refreinachtig. De overvloedige notentekst kan over 2 coupletten verdeeld worden. De streep tegen 't eind dient om een dubbelteken te scheiden.
1‘de magnetische steen trekt de naald (die tot kompasnaald geprepareerd moet worden) naar zich toe’; bijgedacht moet worden: ‘en zo trekt uw oogopslag mijn hart naar zich toe’; het beeld van de vrouwelijke oogopslag die het hart van de man ‘magnetiseert’ komt al bij Maerlant voor (‘Sulc tiet der vrouwen upsien / Dat si hem dat herte ontien / Alse die steen die naelde’, Mart. 1, 898-900) en is voor Jan Moritoen dus traditioneel geweest; het oude - en op het eind van de 14de eeuw al lang verouderde - kompas waaraan het ontleend is, bestond uit ‘.iij. saken, ... naelde, steen ende water’ (Jan Praet, r. 631 vgg.), d.w.z. een bakje water waarin een met de ‘steen’ magnetisch gemaakte, aan een houtsplinter gehechte, ‘naelde’ ronddreef.
2-3‘niemand kan zich erover verbazen, als ik soms bang ben voor het bedrog dat in een (vriendelijke) blik kan schuilen’.
4‘ogen richten immers hun vriendelijke blik nu eens hierheen, dan weer daarheen, er is geen staat op te maken’.
5verg. Maerlant, Martijn 2,105: ‘tonghe lieghet maer therte niet’.
6-9‘een blik is veranderlijk, je kunt er in het algemeen niet op afgaan; maar als het gezicht (van degene die de blik ziet) er strak heen moet blijven kijken en de blik in zijn binnenste laten doordringen, dan moet (in die blik) het hart (van de geliefde vrouw) de waarheid spreken’.
11lijflic beeilde, l. lieflic beilde.
12jeghen dijn begaer, ‘tegenover het verlangen naar u’.
13‘als die van een wiegekind’, d.w.z. volkomen machteloos.
prepostterug  begin  verder