6-7edel plein groen, ‘edel lustoord der minnevreugde’; in dit lied werkt de dichter, evenals in 36 en 140, met kleurensymboliek: groen is de kleur der vreugde, zwart die van het verdriet; een iets andere interpretatie krijgt men wanneer men - wat ook mogelijk is - r. 7 als tussenzin leest en r. 8 direct bij r. 6 laat aansluiten; verg. r. 15.