8‘het is mij om het even wie mij er dankbaar voor is, wie mij ervoor beloont’.
11-12‘gij die, boven alle vrouwen, mijn hoogste goed zijt’; de aanspraak mijn hoochste aenvanc is buiten dit liedboek niet aangetroffen en zal dus wel een literaire vondst van Jan Moritoen zijn.
19troutvrauwe: verg. troutzaerte en troutliefste (lied 93).
25-27‘(ik heb) geen andere gedachte, overdag noch 's nachts (in mijn droom), dan voor u alleen’; de uitdrukking no dach no nacht betekent meestal ‘nooit ofte nimmer’ maar kan hier letterlijk bedoeld zijn.
29zacht, ‘verzacht’; de uitdrukking mijn liden zacht vindt men ook in lied 93, waarvan lied 107 in het algemeen een echo kan heten.