terug  begin  verderprepost
[p. 461]

107 +



illustratie

 
Neemt das vor goet,1
 
Lief beilde zoet,
 
Das ich dir gheve
 
Sin, hertze ende moet
5
In dijn behoet
 
De wile ic leve.6
 
 
 
In dijn bedwanc,
 
Mine rouc wiens danc,8
 
So moeitic bliven
10
Mijn leven lanc,
 
Mijn hoochste aenvanc
 
Vor alle wiven!11-12
 
 
 
Een troostelic meein13
[p. 462]
 
Van dir allein
15
Maect mi verhueghet.
 
Dinc anders ghein,
 
No groot no clein,
 
Mich els ghenueghet.
 
 
 
Troutvrauwe mijn,19
20
Doet mir anscijn
 
Din gonst met trauwen.
 
Vor alle pijn
 
Es medicijn
 
Dijn lieflic scauwen.
 
 
25
El gheen ghedacht,
 
No dach no nacht.
 
Dan di alleine.25-27
 
Met ganser macht
 
Mijn liden zacht,29
30
Troutzaerte reine!
Chanson. De notenvoorraad is toereikend voor 2 coupletten Wolf. Kongreßber.
+Acrostichon: N, I, E, T, E. De strofe is dezelfde als in de ‘motetten’ van Jan Praet.
1‘aanvaard het zonder protest, neem het mij niet kwalijk’.
6‘zolang ik leef’.
8‘het is mij om het even wie mij er dankbaar voor is, wie mij ervoor beloont’.
11-12‘gij die, boven alle vrouwen, mijn hoogste goed zijt’; de aanspraak mijn hoochste aenvanc is buiten dit liedboek niet aangetroffen en zal dus wel een literaire vondst van Jan Moritoen zijn.
13meein, l. mein, ‘gezindheid’.
19troutvrauwe: verg. troutzaerte en troutliefste (lied 93).
25-27‘(ik heb) geen andere gedachte, overdag noch 's nachts (in mijn droom), dan voor u alleen’; de uitdrukking no dach no nacht betekent meestal ‘nooit ofte nimmer’ maar kan hier letterlijk bedoeld zijn.
29zacht, ‘verzacht’; de uitdrukking mijn liden zacht vindt men ook in lied 93, waarvan lied 107 in het algemeen een echo kan heten.
prepostterug  begin  verder