Ballade. In de melodische frase na de streep e′ en d′ ingelast.
7muecht, l. mucht; r. 6-7 betekent: ‘daarvan (t.w. van haar kijken en spreken) kan mij alle heil ten deel vallen, alles wat men mij (verder) zou kunnen geven te boven gaande’.
9das groetic di minlic, ‘daarom groet ik u vriendelijk’.
11‘God heeft met grote genegenheid alles aan haar lichaam gemaakt’; de motivering van Gods genegenheid zal wel liggen in de volgende regels: God heeft haar lichaam zo bijzonder mooi gemaakt, omdat zij zo'n edele ziel had; verg. bij Jan Praet, r. 1305: ‘God es hem vrient’.