terug  begin  verderprepost
[p. 492]

120



illustratie

 
Wel op, elc zondich si bereit
 
Der einentliker Triniteit
 
Tze love alre ghenaden.1-3
 
Die zonne ons gaer betughet haet
5
Dat ons de dach vor handen staet.4-5
[p. 493]
 
Nu moet ons God beraden
 
Uut scanden ende uut scaden.6-7
 
 
 
Berch en dal, bosch en wald,
 
Das haet dier zonnen menichfald
10
Verchiert mildelike.8-10
 
O here, dor dine bitter doot
 
Besceermt ons uut alre noot
 
In desen erdschen slike,
 
Nu ende eewelike!
 
 
15
Dat werde cruus, daer ghi an hinct
 
Als ghi vor ons de doot ontfinct,
 
Dat si in onse gheleide.17
 
Vor al meskief up desen dach18
 
Ende vor al dat ons deren mach,
20
Dijn gracie ons bevreide20
 
Ende dijn ontfaermichede.
 
 
 
Maria, werde roze root,
 
Wilt ons vor allen wederstoot23
 
Bewaren!24
[p. 494]
25
Ons haet verlost dijn werde dracht.25
 
Bidt hem datti ons dach ende nacht
 
So langhe wille sparen,
 
Dat wi hem niet ontfaren.28
 
 
 
Dijn wonden .v. ghebenedijt
30
Besceerme ons, here, in alre tijt!
 
Om dat Adaem mesdede,
 
U helighe lijf dat gaefdi daer
 
Om ons te zine exempelaer.33
 
Nu hoor dan onse ghebede
35
Dor dijn ghenadichede! pater noster
 
 
 
O Gods vercoren zant Julien,36
 
Wilt ons een goet hosteil verzien37
 
Daer men ons tonse gheve,
 
Ende neimt ons so in u bestier
40
Dat ons elc mensche wel antier40
 
Ende niemen an ons sneve,41
 
Maer elc met vreden leve!
 
 
 
O Ysemas, nu ons bewaer43
 
Vor rover ende vor mordenaer
[p. 495]
45
Te lande ende ooc in strome!45
 
So wie na onsen inder staen,
 
Dat sijs met minnen avelaen,46-47
 
Ende dat ons niet an come,48
 
Ten si der zielen vrome!49
 
 
50
Maria, werde rose root.
Chanson. De notenvoorraad bestrijkt 2 coupletten. Tekstplaatsing onzeker. De notatie heeft de tenorsleutel met het teken voor bes; hieronder de F-sleutel met het teken voor es. Het begin van de melodie is in langere schrijfwijze (3 streepjes voor 1, 6 voor het gebruikelijke dubbelteken) opgetekend. Na de streep een paar tempo-aanduidingen uit de mensurale muziek: illustratie (bij Carton ontbreekt de punt), o en c. illustratie = tempus imperfectum cum prolatione maiori, wat hier aangeeft dat de waarde van het kleinste onderdeel 3-voudig is, wat overeenkomt met de notatie van de beginfrase. o = tempus perfectum, geeft hier een ternaire maatsoort aan, en c = tempus imperfectum, de binaire. Wolf Kongreßber.
1-3‘kom, opstaan! iedere zondaar zij bereid tot een lofprijzing van de enige Drieëenheid voor alle genade (die hem in de afgelopen nacht ten deel is gevallen)’; einentlijc niet bij Verdam.
4-5‘de zon (d.w.z. het eerste licht dat door het venster binnenvalt) heeft ons duidelijk laten blijken dat de dag aanbreekt’.
6-7‘nu moge God ons beschermen tegen schade en schande’.
8-10‘het gespeel der zonnestralen (dier zonnen menichfald) heeft berg en dal, bos en woud vriendelijk (of: rijkelijk) overglansd’; de dichter is dus opgestaan en kijkt uit zijn herbergraam; het landschap dat hij ziet zal wel in Duitsland liggen; de rest van het lied - de inhoud van zijn morgengebed - bewijst dat de dichter zich in deze vreemde omgeving, ondanks de idyllische aanblik daarvan - die hem bij uitzondering eens een natuur-impressie in de pen geeft -, niet geheel veilig voelt.
17‘dat bescherme ons’; verg. Verdam, MW 2, 1219-20.
18meskief, ‘ongeluk’.
20bevreide, ‘bescherme’.
23wederstoot, ‘tegenspoed’ (of: ‘(gewapende) aanval’? verg. de laatste strofe).
24de regel is te kort en waarschijnlijk heeft de kopiist dus een paar woorden overgeslagen; N. Geerts heeft voorgesteld te lezen En jeghenspoet bewaren, maar poëtisch ligt het m.i. meer voor de hand dat de regel begonnen is met een synoniem van bewaren en ‘scriptorisch’ laat de vergissing zich het beste verklaren wanneer het eerste woord in letter-opbouw iets op bewaren geleken heeft; de eenvoudigste oplossing is wel Behoeden ende bewaren, maar wil men de kopiist nog wat meer ‘tegemoetkome’, dan kan men in plaats van behoeden ook een woord kiezen dat met bew- begint, bv. bewachten of beweren.
25werde: het hs. heeft w'de en het vocalisme van de eerste syllabe staat (theoiretisch) dus niet vast.
28‘dat wij niet sterven terwijl wij ons van hem verwijderd hebben (en de duivel dus niet de kans krijgt om ons te pakken)’.
33‘om voor ons de voorbeeldige mens, de nieuwe Adam te zijn’.
36‘o Julianus, Gods uitverkoren heilige’; bedoeld is Julianus hospitator, de beschermheilige der pelgrims (verg. Künstle, blz. 361).
37‘wil ons een goede herberg verschaffen’; van hosteil geen andere plaatsen bij Verdam.
40wel antier, ‘goed behandele’.
41an ons sneve, ‘er op uit is om ons te plukken’; verg. Verdam s.v. sneven 8, a, waar overigens deze merkwaardige plaats niet wordt vermeld; of de speciale betekenis waarin de dichter het woord hier gebruikt usueel of incidenteel is, laat zich niet vaststellen.
43Ysemas: ongewone spelling van Gysemas, volgens de legende de naam van de ‘boetvaardige moordenaar’ die samen met Jezus gekruisigd werd (verg. Lucas 23 : 40-43).
45in strome: als de dichter inderdaad in Duitsland op reis was, zullen we bij de stroom wel aan de Rijn moeten denken en bij de rover aan een roofridder die langsvarende schepen liet plunderen.
46-47‘dat allen die er op uit zijn om ons overlast (hinder) te bezorgen, zich vriendelijk laten bepraten om daarvan af te zien’; het lijkt wel of de dichter op een van zijn reizen inderdaad ervaringen met rovers heeft gehad.
48niet an come, ‘niets overkome’.
49‘tenzij het nuttig is voor onze ziel’; de dichter denkt blijkbaar aan een religieuze ervaring in een of ander bedevaartsoord.
prepostterug  begin  verder