8gardelijn, ‘takje’; hier, in parodiëring van het gaerdelijn uit lied 129, r. 31, ter aanduiding van de ‘roede’, de phallus; in r. 11 in dezelfde betekenis rijs.
9parodiërend ontleend aan lied 129, r. 33; verg. ook r. 11 met lied 129, r. 34. joncfrauwe: in het hs. joncf met een afkortingsteken.
10God groet u: deze plechtige groet moet in de situatie van het lied komisch bedoeld zijn.
13het vierde en vijfde woord zijn in het hs. onduidelijk; de regel betekent: ‘zal mijn takje overeind blijven staan’.
14heilde, ‘band’; de dichter bedoelt een band zoals een boomkweker gebruikt om een zwak stammetje te steunen of een tak van een leiboom op te binden; hier natuurlijk ter aanduiding van de vagina.