16es werde clein, ‘is de eer (die ik u bewijs) klein (in vergelijking met de eer die gij waardig zijt)’.
19‘accepteer het, dat het noodzakelijk voor mij is’.
22‘het heeft mij nooit verdroten dat lijden te lijden’.
23aen hoffe, ‘zonder voorbehoud’; een vertaling ‘zonder hoop’ is in het zinsverband onmogelijk; de dichter heeft blijkbaar naar het model van sonder si, de halve vernederlandsing van fr. sans si, een ‘duitse’ uitdrukking aen of gesmeed en daarin aan het gesubstantiveerde voorwaardelijke voegwoord hetzij een datief-, hetzij een meervoudsvorm gegeven; verg. sonder si in de liederen 17 (r. 21) en 134 (r. 29); een met r. 23 verwante uitdrukking is sonder fraude of malengien (lied 12, r. 2).
36na dijn ghevouch, ‘naar uw wens’; de dichter kan zich dus wel schikken in zijn ‘gevangenschap’, als hij maar de overtuiging kan hebben dat zij het zo wil, dat zij om hem geeft.
37‘geen last heeft ooit zwaarder op mijn hart gedrukt’.
39‘als gij mijn dienst u ten gerieve laat zijn’. ghenouchlich, hs. ghenouclich.