8-9‘juni heeft een zoen getroffen over de pijlwond die uw reine, edele lieflijkheid mij heeft toegebracht’; de dichter gebruikt hier evenals in lied 12, r. 2 en lied 36, r. 19 een rechtsterm; hij bedoelt blijkbaar te zeggen dat zijn geliefde (Marie) hem, na de eerste ontmoeting op de laatste april, in juni daaraanvolgende min of meer formeel heeft toegestaan dat hij haar mocht vereren (overigens zonder dat zij zich daarmee aan hem bond); lied 130 moet een jaar na de eerste ontmoeting geschreven zijn, het is het tweede meiled voor Marie.
11mijn hertze ende sciet, 1. mijn hertze en sciet; r. 9-10 betekenen: ‘niet zodra had uw blik mij veroverd, of mijn hart verliet mij en vloog u achterna’; verg. 2de gedicht, r. 164-184.
13di: N. Geerts wil du lezen, wat inderdaad grammaticaal correct zou zijn; het is echter de vraag of dit voldoende grond is om de tekst te veranderen.
25-26‘al mijn vreugden zijn uit hun verband geraakt, tenzij uw hart en het mijne een paar zijn’; de dichter gebruikt het ww. ontswinghen hier wel op een heel persoonlijke manier, verg. MW s.v.; een andere mogelijkheid is dat men zijn mi ontzwonghen zou moeten lezen en ontzwonghen opvatten als de verhoogduitse vorm van ontdwonghen; de vertaling wordt dan: ‘al mijn vreugden zijn mij met geweld ontnomen’.