Chanson met licht gevarieerde R.-regel. De melodie in canzone-vorm (begin-herhaling) strekt zich uit over 2 coupletten. De stemomvang is vrij groot, 1½ octaaf. Na f′ en na a′ (op ‘be-sceit’ in couplet 2 regel 1) volgt een dun streepje, waarvan de functie niet duidelijk is geworden.
1Ghepeins: hier de personificatie van de sombere mijmerij.
3-4‘voortaan is het oorlog tussen jou en mij en ik verklaar ook aan je hele famihe (d.w.z. alles wat het gevolg is van mijn sombere gemijmer) de oorlog’.
8-9‘je hebt op een schandalige manier mijn hart en al mijn geestkracht in de as gelegd’.
10-11‘het leed dat je me aandoet drukt mij zozeer, dat ik geen blijdschap meer heb en ook niet het vermogen om weer blij te worden’.
13doe van mi ghesceit, ‘neem afscheid van mij, ik geef je je congé’.
15‘o mantel van mijn persoonlijkheid, wees nu groen, neem weer de schutkleur der opgewektheid aan’.
17helpstu mir niet: gezegd tot het ‘ommecleit’ dat, evenals ‘ghepeins’ in de eerste strofe, gepersonifieerd wordt.
18ghevanghen bracht, ‘gevankelijk weggevoerd’; allicht niet naar de gevangenis maar naar het dolhuis.