terug  begin  verderprepost
[p. 542]

140



illustratie

 
Vaer wech, Ghepeins! God gheve dir leit,1
 
Dattu ye quaems in mijn ghedacht!
 
Du bist vort an van mi ontzeit
 
Ende ic ontsegghe al dijn gheslacht.3-4
5
Vaer wech!
 
Vaer wech ende vlie van mi ghereit!
 
Dune laets mi rusten dach no nacht.
[p. 543]
 
Du haens ghebrant met onbesceit
 
Mijn herte ende al mijns zinnes cracht.8-9
10
Mi dwinct so zere dijn aerbeit,
 
In haen no vruecht, no vruechden macht.10-11
 
Vaer wech!
 
Vaer wech ende doe van mi ghesceit!13
 
Dune laets mi rusten dach no nacht.
 
 
15
Ach, groen nu zi, mijn Ommecleit,15
 
Want ich mi nie so moede en vacht.
 
Helpstu mir niet, soot mir nu steit,17
 
So werdic zaen ghevanghen bracht.18
 
Vaer wech!
20
Vaer wech! helf God om vroilicheit!
 
In can gherusten dach no nacht.
Chanson met licht gevarieerde R.-regel. De melodie in canzone-vorm (begin-herhaling) strekt zich uit over 2 coupletten. De stemomvang is vrij groot, 1½ octaaf. Na f′ en na a′ (op ‘be-sceit’ in couplet 2 regel 1) volgt een dun streepje, waarvan de functie niet duidelijk is geworden.
1Ghepeins: hier de personificatie van de sombere mijmerij.
3-4‘voortaan is het oorlog tussen jou en mij en ik verklaar ook aan je hele famihe (d.w.z. alles wat het gevolg is van mijn sombere gemijmer) de oorlog’.
8-9‘je hebt op een schandalige manier mijn hart en al mijn geestkracht in de as gelegd’.
10-11‘het leed dat je me aandoet drukt mij zozeer, dat ik geen blijdschap meer heb en ook niet het vermogen om weer blij te worden’.
13doe van mi ghesceit, ‘neem afscheid van mij, ik geef je je congé’.
15‘o mantel van mijn persoonlijkheid, wees nu groen, neem weer de schutkleur der opgewektheid aan’.
17helpstu mir niet: gezegd tot het ‘ommecleit’ dat, evenals ‘ghepeins’ in de eerste strofe, gepersonifieerd wordt.
18ghevanghen bracht, ‘gevankelijk weggevoerd’; allicht niet naar de gevangenis maar naar het dolhuis.
prepostterug  begin  verder