[p. 549]
tekstkritische noten
143
Ich moes verbeiden, das ich en can.
1
Aen troost mijn zin des node onbert.
2
Das mach ic zinghen: ‘derven dert’.
3
Mijns lidens danc ich nie ghewan.
4
5
Gan si mir also ich huer gan,
Wi comt dat mi verlanghen deert
Ende si mi tzwivel niet en weert?
5-7
Ich moes verbeiden, das ich en can.
Aen troost mijn zin des node onbeert.
10
Des mach ic zinghen: ‘derven dert’.
Ich leer verbeiden. truwe man,
Men heift niet al dat men beghert!
Wan si wil dat mijn leit verteert.
So sal mi vruechden commen an!
15
Ich moes verbeiden etc.
In het hs. een niet ingevulde notenbalk.
1
‘ik moet afwachten en dat kan ik niet’.
2
‘(terwijl ik) zonder troost (ben) voelt mijn geest smartelijk het gemis daarvan’.
3
‘daarom kan ik zingen: gemis doet pijn’.
4
‘voor mijn trouwe minnedienst kreeg ik nooit loon’.
5-7
‘als zij (waarvan ik toch overtuigd ben) mij evenzeer genegen is als ik haar, hoe komt het dan dat het lange wachten mij zo smartelijk is en zij de twijfel niet verhindert bij mij op te komen?’