terug  begin  verderprepost
[p. 550]

144



illustratie

 
God gheve ons eenen bliden wert,
 
So sijn de gasten vroilic jo,
 
Die altoos blidelic ghebert,3
 
So moochwi ganslijch wesen vro!
5
Ach, lieve her wert, nu doe also!1-5
 
 
 
Waer dranc nye man so goet ghelach,6
[p. 551]
 
Up dat die wert es zorghen quijt?
 
So wilwi comen alden dach
 
Van nuchtens toter vespertijt.
10
Dese wert moet sijn ghebenedijt,
 
Hine acht des truerens niet een stro.
 
 
 
God gheve ons eenen bliden wert etc.
 
 
 
Wael op, laet ons dan vroilic sijn,
 
Want ons die wert veil vruechden gan.
15
Wi drinken hier so goeden wijn,
 
Wat souden wi noch besceiden dan:16
 
‘God gheve hem heil diet ons vorwan,17
 
Sijn leven lanc met vruechden ho!’
 
 
 
God gheve ons eenen bliden wert etc.
 
 
20
Scinc in, scinc in den duutscen traen,20
 
Die luden doet so suetzen clanc!21
 
Wi willen truerens avelaen.
 
Ach, vruechden, nemmermeer verganc!
 
Die ons benijdt, hi hebbe ondanc!
25
Ic Wilde, hi zate in Jerico.25
 
 
 
God gheve ons eenen bliden wert etc.
Ballade. De melodie heeft een onduidelijke sleutelvoortekening. Hiervoor dient de altsleutel gekozen te worden; de melodie staat dan in F-dur. (De ligging is ietwat hoog; transpositie naar C-dur of D-dur kan raadzaam zijn.) In het couplet blijkt de 3de regel gelijk aan de 1ste te zijn en de 4de ten dele aan de 2de. Hier is een voorbeeld, hoe de stollenherhaling door de Gruuthuser dichter-zanger opgevat werd (verg. facs. en de uitgewerkte melodie). Dit drinklied kan gedeeltelijk in ternair ritme gezongen worden.
3blidelic ghebert, ‘zich vrolijk voordoet’.
1-5de derde regel vormt met de eerste één zin en de tweede staat daar als een losse uitroep, reagerend op de eerste regel, tussenin; dit kan ons doen vermoeden dat het refrein in beurtzang gezongen is: een solist zong dan de regels 1 en 3, het koor de regels 2, 4 en 5.
6ghelach, ‘consumptie’.
16‘wat zouden wij daar anders op antwoorden, hoe zouden wij hem anders bescheid doen dan met deze toost’; deze betekenis van besceiden komt niet bij Verdam voor, maar volgt m.i. uit de context; de intrans. bet. ‘scheiden, vertrekken’, die Verdam wil aannemen, wordt door niets gesteund, het ww. wordt steeds transitief gebruikt.
17‘God geve hem geluk die geluk voor ons verwierf’; ik vat dit op als een nieuwjaarswens voor de waard.
20traen, ‘vocht’.
21doelt de dichter hier op het klinken met de roemers of op de prestaties van de zangers en muzikanten, die beter werden door een goede dronk?
25in Jerico: de dichter denkt waarschijnlijk aan het verhaal van de inneming van Jericho uit Jozua 6; toen de priesters op de horens bliezen en het volk juichte, stortte de muur van de stad in; zo wensen de muzikanten hun ‘niders’ toe, dat dezen bedolven mogen worden onder het puin van een muur die als gevolg van het musiceren instort!
prepostterug  begin  verder